Doelstellingen van het overheidsbeleid inzake ondernemerschap
Europees beleid inzake ondernemerschap
Federaal beleid inzake ondernemerschap
Vlaams beleid inzake ondernemerschap
1. Europees beleid inzake ondernemerschap
Ondernemerschap en alle aspecten die gepaard gaan met ondernemen blijven onveranderlijk hoog op de agenda van de Europese Commissie staan.
We halen hieronder nog even de 5 speerpunten aan die de Europese Commissie in haar "Mid-term review of Modern SME policy" van 2007 vooropstelde:
- verminderen van administratieve lasten;
- verbeteren van de toegang van markten voor KMO's;
- promoten van ondernemerschap en competenties;
- verbeteren van het groeipotentieel van KMO's;
- versterken van de dialoog en consultatie met de stakeholders.
Deze Europese doelstellingen werden vertaald naar enkele concrete acties zoals de Europese Week van de KMO en de Small Business Act. Met het Europese jaar van de creativiteit en innovatie wenst de Europese Commissie tevens sterk het belang van creativiteit en innovatievermogen voor onze economie in zijn geheel en voor ondernemerschap te onderstrepen.
2. Federaal beleid inzake ondernemerschap
Ook bij de Federale overheid is er onverminderde aandacht voor ondernemerschap in het beleid. De doelstellingen gericht op "het ontwikkelen van economische activiteit en het stimuleren van ondernemerschap" bewijzen dit:
- de aantrekkingskracht van België voor buitenlandse investeringen vergroten;
- het ondernemerschap stimuleren;
- een toekomst voor landbouw;
- onderzoek en ontwikkeling steunen;
- het wetenschappelijk onderzoek stimuleren;
- het bedrijfsmecenaat stimuleren.
Bovenstaande doelstellingen zijn niet exclusief op ondernemerschap gericht en zijn uiteraard beperkt tot de bevoegdheden van de Federale overheid. Daarnaast heeft de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie reeds een KMO-actieplan uitgewerkt met denkpistes die de KMO's en de ondernemers ten goede komen. Dit actieplan is gebaseerd op 5 transversale assen: het stimuleren van het opstarten van ondernemingen, het versterken van de (bestaans-) zekerheid van ondernemers, de relaties tussen de KMO-wereld en de overheidsdiensten verbeteren, de arbeidsmarkt verbeteren in functie van de KMO's en het statuut van zelfstandige verbeteren.
3. Vlaams beleid inzake ondernemerschap
In het Pact 2020 formuleren de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners dat de ambitie van Vlaanderen erin bestaat om "in 2010 verder geëvolueerd te zijn naar een ondernemende samenleving en inzake de netto-aangroei van het aantal ondernemingen tot de vijf beste Europese regio's te behoren". In dit pact wordt naast de ambitie om bij de top 5 van Europese regio's te horen, ondermeer ook gestreefd naar meer waardering voor ondernemerschap en naar het aanmoedigen van jonge starters met het oog op een stijging van de oprichtingsratio. De doelstellingen geformuleerd in dit actieplan sluiten uiteraard nauw aan bij de ambities geformuleerd in het Pact 2020. Daarnaast werden in Vlaanderen in Actie tevens een aantal doorbraken voor 2020 geformuleerd waaronder de doorbraak "de open ondernemer". In dit opzicht zou een ondernemer in 2020 iemand moeten zijn die zowel openstaat voor het aangaan van nieuwe partnerschappen, als voor nieuwe kennis en nieuwe ideeën en die kennis uit zowel het binnen- als buitenland aantrekt. De open ondernemer is tevens iemand met een internationale oriëntatie en mentaliteit. Met de doelstelling "ondernemers stimuleren tot doorgroei en competitiviteit" schrijft het actieplan ondernemerschap zicht ook in in de filosofie van de "open ondernemer".
De doelstellingen die in het eerste Actieplan Ondernemerschap (2008) bepaald zijn, blijven in grote mate van kracht:
- het creëren van een positief ondernemersklimaat;
- een meer ondernemende samenleving;
- het aansporen van meer mensen om ondernemer te worden;
- ondernemers stimuleren tot doorgroei en competitiviteit.
3.1 Creëren van een positief ondernemersklimaat
Het creëren van een positief ondernemersklimaat, een doelstelling met hefboomwerking naar de andere doelstellingen toe, vertaalt zich in het afbouwen van een aantal bestaande drempels tot ondernemerschap. In eerste instantie gaat het om het verder afbouwen van de administratieve lasten waarmee ondernemers geconfronteerd worden wanneer ze een zaak wensen op te starten.
In tweede instantie is een samenleving die positief staat t.o.v. ondernemerschap en het durven nemen van risico's een belangrijk gegeven om te komen tot een meer ondernemende samenleving.
Tot slot kan het stigma op falen dat binnen onze maatschappij heerst (onrechtstreeks) ook een impact hebben op de wenselijkheid van een carrière als ondernemer en op de kans dat gefailleerde ondernemers herstarten. De communicatie uitgaande van de media en intermediaire organisatie kan in deze, naast het overheidsbeleid, een belangrijke impact hebben.
3.2. Een meer ondernemende samenleving
Een meer ondernemende samenleving vormen, houdt in dat zowel zakelijk ondernemerschap als persoonlijk ondernemerschap in Vlaanderen wordt aangemoedigd. Het is niet alleen de bedoeling om in Vlaanderen meer ondernemers te krijgen maar ook om de bevolking ondernemender te maken en ervoor te zorgen dat ze over de nodige ondernemersvaardigheden beschikken om zowel in hun professionele als privé-leven succes te boeken. Daarnaast kan intrapreneurship een alternatief bieden voor ondernemende personen om hun ideeën en innovaties te realiseren, zonder effectief zelf een onderneming op te richten.
3.3. Meer mensen aansporen om ondernemer te worden
De indicatoren uit hoofdstuk 1 wijzen ons op het feit dat het huidige bestand aan ondernemers in Vlaanderen relatief hoog is, maar tonen evenzeer dat het potentieel of ontluikend ondernemerschap en het latent ondernemerschap nog heel wat beter kunnen. Dit impliceert dat meer mensen aangespoord moeten worden om te ondernemen. Een beleid gericht op enerzijds het wegwerken van remmende factoren en anderzijds het aanmoedigen van stimulerende factoren is hierbij onontbeerlijk.
Eén van die remmende factoren zijn de administratieve lasten die ondernemers ondervinden bij het opstarten van hun bedrijf. Om deze drempel zoveel mogelijk weg te werken kan administratieve vereenvoudiging als een vast gegeven worden meegenomen bij de uitwerking van iedere beleidsmaatregel en kunnen vereenvoudigingen ook gecommuniceerd worden naar de ondernemers of potentiële ondernemers.
Het beschikken over de juiste kennis en vaardigheden en het herkennen van voldoende opportuniteiten zijn dan weer factoren die stimulerend kunnen werken. De huidige conjunctuur en het vertrouwen in de economie zullen in 2009 een uitdaging vormen voor het bewerkstelligen van deze doelstelling.
3.4. Ondernemers stimuleren tot doorgroei en competitiviteit
Het is niet alleen belangrijk in Vlaanderen meer ondernemerschap te ambiëren, we dienen eveneens te mikken op "beter" ondernemerschap. Het is daarom van groot belang dat er ook voldoende aandacht wordt besteed aan het groeipotentieel dat aanwezig is bij startende ondernemingen. Het hoeft daarnaast geen betoog dat ook innovatie een belangrijke motor is voor de groei van bedrijven. Innovatie zal steeds meer aan belang winnen gezien de huidige economische toestand en is voor vele bedrijven een noodzaak om de concurrentie met andere bedrijven, zowel in binnen- als buitenland, te kunnen aangaan. Daarnaast kan ook duurzaam ondernemen de ondernemingen in kwestie belangrijke competitieve voordelen opleveren en dit zowel op sociaal, ecologisch en economisch vlak. Hierbij vormt innovatie eveneens een belangrijke drijvende factor. Tot slot heeft een startende onderneming er ook alle belang bij om in deze tijden van globalisering reeds van bij de start voldoende internationale focus of openheid aan de dag te leggen. Deze internationale focus hoeft zich niet per se direct te manifesteren in starters die meteen exporteren of importeren. Het zich "inschakelen in de internationale waardeketen" of samenwerkingsvormen ontplooien met in Vlaanderen gevestigde buitenlandse (multinationale) ondernemingen, kunnen eveneens waardevolle vormen van internationalisering uitmaken. De overheid dient dan ook beleidsmaatregelen te initiëren die de starters sensibiliseren rond het belang van het realiseren van groei op een duurzame wijze, innovatie en internationale focus.
Afdeling Ondernemen en Innoveren
Beleidsmedewerker
ilse.boeykens@ewi.vlaanderen.be, 02 553 59 79




