Chinees toeval

Rita Hauchecorne
15.01.10

Crisis lijkt met stip het meestgebruikte woord van 2009 te zijn. Overal ging en gaat het slecht. Besparingen zijn aan de orde van de dag. De crisis heeft echter niet alleen invloed op wat is of was, maar ook op wat nog komen moet. Moeten we nu ook besparen op onze ambities?

Europa heeft de ambitie tegen 2010 de meest competitieve en dynamische kenniseconomie van de wereld te zijn. Het ontwikkelen van kennis vereist niet enkel bereidheid en gedrevenheid, maar steunt ook voor een belangrijk deel op financiële input. Elk Europees land moet een financiële inspanning leveren om de Lissabondoelstelling mee te helpen verwezenlijken. Als maatstaf geldt het bedrag dat ieder land aan onderzoek en ontwikkeling (O&O) besteedt. Dit zou minimum 3 % van het bbp moeten bedragen: de zogenaamde Barcelonanorm. Moeten we die ambitieuze Lissabondoelstelling en de bijbehorende Barcelonanorm dan nu maar opbergen ?

Wie wil vooruitgaan, heeft geld nodig. Maar is het echt zo dat creativiteit, innovatie en competitiviteit alleen via grote budgetten kunnen worden gestimuleerd? Misschien leidt de crisis net tot nieuwe kansen en inzichten. Schaarste stimuleert creativiteit en innovatie. De positieve drang om te overleven in een veranderende omgeving is de meest sublieme stimulans voor competitiviteit. Niet voor niets worden Darwin en zijn theorie herdacht. Vaak raken net die innovatieve initiatieven en denkwijzen nadien duurzaam verankerd in onze samenleving.

Zo was geraffineerde suiker (op basis van suikerriet) op het einde van de 18de eeuw nog een kostbaar goed, enkel bestemd voor de rijken. Suikerriet werd vooral in de overzeese kolonies door slaven geproduceerd. Langzamerhand geraakte suiker ingeburgerd. Tot de continentale blokkade onder Napoleon de handel op het Europese vasteland lamlegde en een suikercrisis en schaarste ontstonden. De Franse keizer moest op zoek naar alternatieven om lokaal suiker te produceren.

Een Berlijnse scheikundige had reeds in 1747 ontdekt dat suikerbieten dezelfde suiker bevatten als suikerriet. Het zou evenwel nog een halve eeuw duren, vooraleer de eerste echte suikerbietenfabriek werd gebouwd. Napoleon gaf opdracht om massaal lokaal suikerbieten te telen en suiker te produceren (ook in Vlaanderen), wat de prijs van suiker drastisch verlaagde. De jonge suikerbietenindustrie kreeg het opnieuw moeilijk na de val van Napoleon, toen de goedkope (want door slaven geproduceerde) rietsuiker de duurdere bietsuiker verdrong. Na de afschaffing van de slavernij bloeide de bietsuikerindustrie evenwel terug op. Suiker was nu voor iedereen beschikbaar. Het werd vanaf dan, naast zout en pekel, ook gebruikt als bewaarmiddel voor bederfbare voedingswaren. Via de bereiding van confituren kon de consumptieperiode van het zomerse fruit verlengd worden. Het bracht meteen een gezonde variatie in het wintermenu van velen.

We mogen ons dan ook niet te veel vastpinnen op onze huidige manier van denken en werken. Ook al werkt die prima, in een periode of omgeving van schaarste borrelen er wel eens ingenieuze nieuwe oplossingen en methodes op. Zo wordt bij initiatieven om het onderwijs in de ontwikkelingslanden vooruit te helpen vaak eerst en vooral gedacht aan en massaal geïnvesteerd in de bouw van klaslokalen. Vanuit onze eigen leerervaring is een klaslokaal dé noodzakelijke en logische eerste stap in onderwijsvoorziening. Jammer genoeg verliezen we daarbij soms uit het oog dat net dit formele klaslokaal meteen een onderwijsdrempel vormt voor vele kansarmen. Denk maar aan de huis-naar-school-afstand, kleding- en gedragsvoorschriften, verplichte aanwezigheid tijdens schooluren, maximum toegelaten aantal leerlingen enz.

Dat was onze landgenoot Arnaud Raskin niet ontgaan toen hij met zijn afstudeerproject ‘het mobiele schooltje’ erin slaagde de school drempelloos tot bij dakloze kinderen te brengen. Hij bedacht een uitklapbaar multifunctioneel schoolbord op vier wielen dat op elke locatie kan worden opgesteld. Met dit educatief instrument werken de straathoekwerkers conditieloos aan de vorming van straatkinderen die dagelijks zijn blootgesteld aan een veelheid van problemen. Het mobiele schooltje ondersteunt jaarlijks wereldwijd 30.000 kinderen in hun persoonlijke ontwikkeling naar een gezond, stevig en positief zelfbeeld; dé noodzakelijke basis, het fundament, om zelfredzaam te kunnen zijn in onze samenleving.

Il faut reculer pour mieux sauter. Of minder kan leiden tot meer. Meer openheid, meer flexibiliteit, meer creativiteit, meer innovatie, meer kansen, meer … In het Chinees is het begrip ‘crisis’ opgebouwd uit de karakters voor ‘bedreiging’ en ‘kans’. Toeval?

Rita Hauchecorne

Staf
Organisatiebeheersing/Kwaliteit
rita.hauchecorne@ewi.vlaanderen.be, 02 553 44 34