Horizontaal Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid

Filter items
Wetenschap
Gepubliceerd op
25 april 2015

Evolutie van het HBPWB

In 2009 was er initieel een structurele toename van het Vlaamse overheidsbudget voor wetenschap, technologie en innovatie met 29 miljoen euro en daarnaast een eenmalige kapitaalinjectie in IMEC via een herinvestering van de participatie in Finindus, ten bedrage van 35 miljoen euro. Ten gevolge van een eerste besparingsronde in 2009, daalden de middelen voor het wetenschapsbeleid met 1,5% (-27 miljoen) en die specifiek voor O&O met 1,5% (-17 miljoen euro) ten opzichte van de initiële kredieten 2009.

Grotere besparingen waren noodzakelijk bij de begrotingsopmaak van 2010. Ten opzichte van de definitieve kredieten 2009 was er een daling van de middelen voor het wetenschaps- en innovatiebeleid met 66 miljoen euro (-3,7%), dit was in hoofdzaak te wijten aan de daling van de O&O-kredieten met 64 miljoen euro (-5,7%). In de loop van 2010 verhoogde het budget voor wetenschapsbeleid wel nog aanzienlijk, dankzij de middelen voor het TINA-Fonds (Transformatie, Innovatie en Acceleratie Fonds: 100 miljoen) en Vinnof (20 miljoen), voor de opstart van een zaaikapitaalfonds in het kader van Flanders’ Care (20 miljoen euro) en middelen vanuit het FFEU (20 miljoen euro) voor de Proeftuin Elektrische Voertuigen, de archivering van audiovisueel materiaal, bodemsanering en het Vlaams Supercomputer Centrum.

In 2011 was er bij de begrotingsopmaak een budget voor het wetenschaps- en innovatiebeleid voorzien van 1,807 miljard euro, waarvan 1,163 miljard voor O&O. N.a.v. de begrotingscontrole in 2011 nam de Vlaamse Regering de beslissing om meer te investeren in wetenschap en innovatie. De beleidskredieten voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) die rechtstreeks ressorteren onder de minister bevoegd voor het wetenschaps- en innovatiebeleid werden in 2011 verhoogd met 65 miljoen euro. Het definitief budget in 2011 voor het wetenschaps- en innovatiebeleid bedroeg 1,880 miljard euro, waarvan 1,227 miljard voor O&O.

In 2012 was er bij de begrotingsopmaak een budget voor het wetenschaps- en innovatiebeleid voorzien van 1,894 miljard euro, waarvan 1,207 miljard voor O&O. Opnieuw nam de Vlaamse Regering n.a.v. de begrotingscontrole de beslissing om nog meer te investeren in wetenschap en innovatie. Op basis van de definitieve kredieten was er in 2012 een totaal wetenschap- en innovatiebudget van 1,925 miljard euro beschikbaar, waarvan 1,236 miljard euro voor O&O. Een gedeelte van deze verhoging is enerzijds wel te wijten aan enkele eenmalige acties waaronder de investering in de cleanroom bij IMEC en anderzijds de nieuwe aanrekeningsregels in het kader van de inwerkingtreding van het Rekendecreet.

In 2013 was er bij begrotingsopmaak een budget 1.979,31 miljoen euro voorzien voor het HBWPB. Het aandeel O&O hierin bedroeg 1.271,48 miljoen euro. Er was een opstap ingeschreven van 32,5 miljoen aan recurrente middelen (voor BOF, FWO, IWT, IOF, …) en van 30 miljoen aan eenmalige middelen voor SOFI 2 en cleanroom van imec. In de definitieve begroting bedroeg het budget voor het HBPWB 1.945,56 miljoen euro waarvan 1.247,02 miljoen euro voor O&O. De opstap van in totaal 62,5 miljoen euro bleef behouden in de definitieve begroting.

In 2014 werd de evolutie verder gezet. Bij begrotingsopmaak werd er voor het HBPWB een budget van 2.176,66 miljoen euro voorzien. Het aandeel voor O&O bedroeg 1.354,38 miljoen euro. Er werd in de begroting een opstap ingeschreven van 45 miljoen euro door het competitiviteitspact (waarvan 25 miljoen recurrent en 20 miljoen eenmalig), van 18,9 miljoen voor de integratie van het hoger onderwijs en van 10 miljoen euro voor SOFI I. In de definitieve begroting 2014 bedraagt het wetenschapsbudget 2.205 miljoen euro waarvan 1.408 miljoen euro voor O&O bedoeld is.

In 2015 wordt de stijgende trend doorbroken. Door de economische crisis en de zesde staatshervorming wordt de Vlaamse regering verplicht keuzes te maken. Bij begrotingsopmaak is er 2.189 miljoen euro wetenschapsbudget voorzien waarvan bijna 1.307 miljoen euro voor O&O. Dit betekent een daling van het globaal budget voor HBPWB met bijna 16 miljoen euro en een daling van het O&O budget met ruim 101 miljoen euro.

Wetenschappelijke en technologische dienstverlening (W&T) neemt slechts een klein aandeel in het HBWPB in. In 1993 was het aandeel Onderwijs en Vorming (O&V) nog groter dan dit voor O&O. Vanaf 1996 kwam hier een kentering in. In 1996 zijn het O&O- en het O&V-aandeel nagenoeg gelijk. Van dan af stijgen de O&O-kredieten. In 1996 was het procentueel aandeel van O&O, O&V en W&T respectievelijk 49%, 47% en 4%. In 2014 is het O&O-aandeel gestegen tot 60%. O&V maakt 36% uit van het HBPWB en W&T 4%.

Figuur 1 geeft de evolutie van de HBPWB’s vanaf 1993 weer, samen met de verdeling naar het type activiteit: onderzoek en ontwikkeling (O&O), Onderwijs en Vorming (O&V) en Wetenschappelijke en technologische dienstverlening (W&T).

Figuur 1. Evolutie van het Horizontaal Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid (HBPWB) (miljoen euro)

 

Gericht versus niet-gericht onderzoek

In 2015 is er bij begrotingsopmaak een budget voor wetenschappelijk onderzoek van 1,308 miljard euro voorzien, hiervan is 655,556 miljoen voor het niet-gericht onderzoek en 652,065 miljoen voor het gericht onderzoek, m.a.w. een verhouding gericht ten opzichte van niet-gericht van 50/50.

Het budget voor het niet-gericht onderzoek is samengesteld uit de middelen voor FWO, BOF, 50% van de middelen voor (middel)zware onderzoek infrastructuur (Hercules), 25% van de werkingsuitkeringen aan de universiteiten en hogescholen en van de aanvullende werkingsmiddelen, het O&O-aandeel van de andere toelagen aan de universiteiten en ten slotte de middelen voor internationale wetenschappelijke samenwerking. Het gericht onderzoek omvat de middelen onder beheer van IWT (uitgezonderd de werkingsmiddelen), de subsidies aan de strategische onderzoekscentra IMEC, VITO, VIB, IBBT, de SOC Flanders Make, 50% van de Herculesmiddelen en andere middelen uit het gericht industrieel onderzoek, subsidie aan bv. ITG en andere gelijkgestelde instellingen, de subsidies aan de wetenschappelijke instellingen, departementale diensten en VOI’s, het O&O-aandeel van de horizontale initiatieven in de verschillende beleidsdomeinen, de subsidie aan de steunpunten voor beleidsrelevant onderzoek en ook allerhande uitgaven i.v.m. het globale wetenschapsbeleid.

Figuur 2. toont de evolutie van deze verhouding vanaf 1995. In 1995 was de verhouding niet-gericht/gericht 60/40, terwijl bij begrotingsopmaal 2015 deze verhouding gewijzigd is naar 41/59. Vanaf 2002 is het aandeel gericht onderzoek groter dan het aandeel niet-gericht en is sindsdien blijven stijgen tot 59% in 2010 door de extra middelen voor Vinnof, TINA-Fonds, Zaaikapitaalfonds Flanders’ Care en de eenmalige middelen vanuit FFEU, samen goed voor 160 miljoen euro. Sinds 2011 zijn de niet-recurrente middelen afgenomen waardoor ook het aandeel gericht onderzoek opnieuw lichtjes afneemt.

In 2015 werd door het VLIR werkgroep onderzoek voorgesteld om de 25% van de werkingsmiddelen aan universiteiten en hogescholen niet langer als 100% niet-gericht onderzoek te beschouwen, maar als 50% gericht en 50% niet gericht. De aard van het onderzoek aan universiteiten en hogescholen is de laatste jaren veranderd door de integratie van het hoger onderwijs en door de academisering van de hogescholen. Deze nieuwe indeling van de werkingsmiddelen heeft een grote invloed op de verhouding gericht versus niet-gericht onderzoek. Volgens de oude berekening waarin de werkingsmiddelen aan hoger onderwijs als 100% niet gericht onderzoek worden beschouwd, is de verdeling gericht/niet gericht 50/50. Volgens de nieuwe indeling is deze indeling 59/41.

Figuur 2 Evolutie aandeel gericht versus niet-gericht onderzoek 1995-2015i

Speurgids 2015

De cijfers komen uit de Speurdgids 2015, de jaarlijkse publicatie van het departement die het overheidsbudget voor Economie, Wetenschap en Innovatie in de kijker zet. Download of bestel de volledige publicatie hier.

 

BijlageGrootte
wetenschapsbudget.xlsx755.45 KB

Deel deze pagina

  • Vond u wat u zocht?
X
Blijf op de hoogte van al ons nieuws en onze activiteiten en schrijf u in op onze nieuwsbrief.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een echte bezoeker bent en om spam tegen te gaan.

Contactgegevens

Stefanie Maris

Afdeling Ondernemen en Innoveren
Beleidsmedewerker
02 553 56 39