Inkomsten van de Hogeronderwijs-instellingen (2010 – 2014)

Filter items
Wetenschap
Gepubliceerd op
15 april 2015

Inkomsten aan de instellingen van het hoger onderwijs in 2014

In 2014 kregen de instellingen van het hoger onderwijs ruim 2 miljard aan inkomsten vanuit diverse entiteiten van de Vlaamse overheid:  ruim 1,5 miljard euro (of 77%) vanuit AHOVOS, en bijna 457 miljoen euro (of 23%) vanuit het beleidsdomein EWI, zie figuur 1. De middelen vanuit het beleidsdomein EWI zijn vooral afkomstig vanuit het departement EWI met (BOF, IOF, interface en postinitieel onderwijs).

 

Figuur 1 Verdeling van de totale inkomsten van de instellingen van het Hoger Onderwijs per financierende entiteit (2014)

De inkomsten van de instellingen van het hoger onderwijs vanuit AHOVOS zijn vooral afkomstig van de werkingsmiddelen aan het hoger onderwijs (24%), zie figuur 2. Met 3% van de inkomsten volgen de aanvullende onderzoeksmiddelen en de onroerende subsidies aan de universiteiten met 2%. De overige maatregelen (PWO – middelen, middelen in het kader van de specifieke, geïntegreerde en voortgezette lerarenopleiding, aanmoedingsfonds en Brussel-middelen) bedragen samen ruim 2,5% van de inkomsten van de hogeronderwijsinstellingen.

 

Figuur 2 Verdeling van de totale inkomsten van de instellingen van het Hoger Onderwijs per financieringsinstrument van AHOVOS (2014)

De inkomsten vanuit het departement EWI zijn vooral afkomstig vanuit het Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF) en vanuit het Industrieel Onderzoeksfonds (IOF), met respectievelijk 82% en 15%. De overige instrumenten van het departement EWI, interface en postinitieel onderwijs dragen respectievelijk 1,62% en 1,51% bij aan de inkomsten van de hogeronderwijsinstellingen.

De inkomsten vanuit het IWT zijn vooral afkomstig vanuit maatregelen voor het strategisch basisonderzoek (31%) en de doctoraatsbeurzen (25%). Ook de maatregelen in opdracht van de Vlaamse regering (16%), de lichte structuren (10%), het TeTrafonds, (8%), en het Toegepast Biomedisch Programma (5%) dragen substantieel bij aan de inkomsten van het hogeronderwijsinstellingen. De overige maatregelen (CICI, landbouwprogramma, en Transformationeel geneeskundig onderzoek) dragen samen net geen 5% bij aan de inkomsten aan de instellingen van het hoger onderwijs vanuit het IWT.

In de volgende figuren wordt het overzicht van de verdeling van de totale inkomsten per categorie bekeken: universiteiten, hogescholen, associaties en andere instellingen (Antwerp Management School, Instituut voor Tropische Geneeskunde, Orpheus, en Vlerick). Voor de universiteiten en de hogescholen komt het gros van de inkomsten vanuit AHOVOS (beleidsdomein OV), respectievelijk 69% en 99%, zie figuur 3 en 4. De universiteiten krijgen daarnaast middelen van het departement EWI (10%). De hogescholen krijgen nog een kleine bijdrage van het IWT (1%) en de Herculesstichting (0,07%). De associaties en andere instellingen krijgen alleen middelen vanuit het beleidsdomein EWI. De associaties krijgen bijna alle middelen vanuit het departement EWI (98%) en een klein deel vanuit het hermesfonds (2%), zie figuur 5. De middelen aan de associaties vanuit het departement EWI zijn vooral afkomstig van IOF (88%) en interface (9%). De andere instellingen krijgen vooral middelen vanuit het departement EWI (64%) een vanuit IWT (36%), zie figuur 6 De middelen van het departement EWI aan de andere instellingen zijn middelen voor postinintieel onderwijs.

 

Figuur 3 Verdeling van de totale inkomsten van de universiteiten per financierende entiteit (2014)

Figuur 4 Verdeling van de totale inkomsten van de hogescholen per financierende entiteit (2014)

Figuur 5 Verdeling van de totale inkomsten van de associaties per financierende entiteit (2014)

Figuur 6 Verdeling van de totale inkomsten van de andere instellingen hoger onderwijs per financierende entiteit (2014)

Evolutie van de inkomsten van de instellingen van het hoger onderwijs van 2010 tot 2014

De inkomsten vanwege de Vlaams overheid van de universiteiten, de associaties, en de andere instellingen van het hoger onderwijs zijn in de periode 2010 tot 2014 toegenomen, zie figuur 7, figuur 9 en figuur 10. De middelen aan de hogescholen fluctueren, zie figuur 8. Ze zijn toegenomen van 2010 tot 2013, maar teruggevallen in 2014. Deze terugval is te verklaren doordat vanaf 2014 de middelen aan de HUB KUBrussel samengeteld worden met de middelen aan de KU Leuven en in de categorie universiteiten wordt opgenomen en niet als een gedeelte bij de categorie hogescholen.

De verdeling van de middelen over de financierende entiteiten blijft over de periode 2010 – 2014 relatief behouden. De universiteiten ontvangen steeds het grootste deel van hun middelen vanuit AHOVOS, maar ook FWO, IWT en het departement. EWI dragen een substantieel deel bij. De inkomsten vanuit het departement EWI zijn uitsluitend BOF middelen. De bijdragen vanuit AO en de Herculesstichting zijn relatief klein.

De hogescholen ontvangen hun middelen bijna uitsluitend vanuit AHOVOS, steeds meer dan 99% van de middelen. De bijdrage vanuit IWT en AO zijn dan ook relatief klein.

 

Figuur 7 Evolutie van de inkomsten van de universiteiten per financierende entiteit (2010 - 2014), in miljoen euro

Figuur 8 Evolutie van de inkomsten van de hogescholen per financierende entiteit (2010 - 2014), in miljoen euro

De associaties ontvangen het grootste deel van hun inkomsten van het departement EWI. Er komt een relatief constante bijdrage vanuit het departement EWI voor de interfacediensten (toegenomen van 2,7 miljoen in 2010 tot 2,9 miljoen in 2014) en een stijgend budget vanuit departement EWI voor het Industrieel Onderzoeksfonds (IOF) (van 16 miljoen in 2010 tot bijna 28 miljoen in 2014). In 2012 is er een bijdrage vanuit het IWT (aan de Associaties van Leuven en Limburg) en in 2014 vanuit het Hermesfonds van AO (aan de associatie Gent). 

 

Figuur 9 Evolutie van de inkomsten van de associaties per financierende entiteit (2010 - 2014), in miljoen euro

De andere instellingen van het hoger onderwijs krijgen het grootste deel van hun inkomsten vanuit het departement EWI. Deze middelen zijn volledig afkomstig van het instrument voor het postinitieel onderwijs. In 2010 en 2012 kregen ze bovendien middelen vanuit het Hermesfonds van AO en in 2011, 2013 en 2014 vanuit het IWT (Vlerick in 2011 en 2014, Antwerp Management School in 2013, en het Instituut voor Tropische Geneeskunde in 2014).

 

Figuur 10 Evolutie van de inkomsten van de andere instelling hoger onderwijs per financierende entiteit (2010 - 2014), in miljoen euro

 

Deel deze pagina

  • Vond u wat u zocht?
X
Blijf op de hoogte van al ons nieuws en onze activiteiten en schrijf u in op onze nieuwsbrief.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een echte bezoeker bent en om spam tegen te gaan.

Contactgegevens

Stefanie Maris

Afdeling Ondernemen en Innoveren
Beleidsmedewerker
02 553 56 39