Het Expertisecentrum Onderzoek en Ontwikkelingsmonitoring van de Vlaamse Gemeenschap (ECOOM) is een interuniversitair consortium met deelname van alle Vlaamse universiteiten (KU Leuven, UGent, VUB, UAntwerpen en UHasselt). ECOOM heeft als opdracht een consistent systeem van O&O- en innovatie-indicatoren te ontwikkelen voor de Vlaamse overheid.
O&O-intensiteit
De monitoring van de bestedingen van O&O in Vlaanderen gebeurt door ECOOM – het interuniversitair Expertisecentrum O&O Monitoring – in samenwerking met het Departement EWI.
Een belangrijke indicator daarbij is de ‘O&O’- intensiteit: het percentage van het bruto binnenlands product van een land of een regio dat besteed wordt aan O&O-uitgaven. Via het Innovatiepact in 2003 en later diverse malen herbevestigd, is de Vlaamse doelstelling het besteden van 3% van het regionaal bbp aan O&O.
Op basis van het meest recente gegevens - opgevraagd via enquêtes in 2018 voor de bestedingsjaren 2016 en 2017 en verwerkt in 2019 - bedraagt die intensiteit voor 2017 2,89% van het bbp.

Toplanden
Met 2,89 procent van het bbp mogen we ons meten met de toplanden, aldus ECOOM. Alleen Zweden, Oostenrijk, Denemarken en Duitsland scoren beter.

Vier sectoren
Deze bruto binnenlandse uitgaven voor O&O - internationaal de zogenaamde ‘Gross Expenditures on Research and Development (GERD)’ – weergegeven in de O&O-intensiteit, zijn de optelsom van de O&O-uitgaven van vier sectoren:
- bedrijven en de collectieve centra
- publieke onderzoekscentra
- hoger onderwijsinstellingen en
- instellingen zonder winstoogmerk.

O&O-uitgaven: privaat versus publiek gefinancierd
Niet alleen de hoegrootheid van de O&O-uitgaven is belangrijk, ook relevant is te weten wie die uitgaven financiert.
Uit de enquêtegegevens blijkt dat driekwart van de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling door de privésector gefinancierd wordt. Dat staat gelijk met 2,16 procent van het bbp. Dat is ruim boven de doelstelling van 2 procent.
De publieke middelen zitten met 0,72 nog onder de doelstelling van 1 procent van het bbp. Gezien het evenwel om cijfers tot en met 2017 gaat, zit de grote budgettaire opstap 2019 van 280 miljoen euro vanuit de Vlaamse begroting nog niet in de cijfers.

Werknemers O&O
Het aantal werknemers dat werkzaam is in onderzoek en ontwikkeling, is navenant gestegen, van bijna 36.000 in 2007 tot bijna 51.000 in 2017.
Bijna twee derde werkt in een bedrijf. Iets minder dan één op de drie doet onderzoek aan een hogeschool of universiteit. De rest werkt in een onderzoekscentrum zoals Imec of VIB.
Totaal eigen O&O-personeel in voltijdse equivalenten
Reactie ECOOM
Koenraad Debackere, promotor-woordvoerder ECOOM en medeauteur van de studie: "De volgehouden inspanningen naar toenemende investeringen in O&O werpen in Vlaanderen duidelijk hun vruchten af. Bedrijven zien het belang van O&O voor hun competitieve positie in. Dit heeft geleid tot private investeringen in O&O die de Europese doelstelling van 2% mooi overstijgen. Ook de dienstensectoren laten zich hierbij niet onbetuigd. Hun rol in het Vlaamse O&O-landschap wordt almaar belangrijker. "
"Ook de overheid volhardt in haar inspanningen en heeft tevens nog ruimte voor verdere groei. Met een O&O-intensiteit van 2,89% mag Vlaanderen best fier zijn op haar realisatie."