Vandaag werden in Parijs de resultaten voorgesteld van het grensverleggende UNESCO-project rond Environmental DNA (eDNA) in mariene werelderfgoedsites van UNESCO. Vlaanderen speelde een sleutelrol in dit baanbrekende initiatief, gefinancierd via de Vlaamse UNESCO trustfondsen van het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken (DKBUZA) en het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI).
Ook het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) leverde een essentiële bijdrage aan dit project, dat een nieuwe wereldwijde standaard zet voor het in kaart brengen van mariene biodiversiteit.
Het project bewijst hoe innovatie kan bijdragen aan een duurzamere toekomst en de bescherming van onze oceanen; niet alleen met financiering maar ook met de expertise van onze Vlaamse wetenschappers.
Wat is het eDN-project?
Het eDNA-project maakt gebruik van een innovatieve, niet-invasieve techniek die genetische sporen in water analyseert. Dankzij deze methode konden bijna 4.500 mariene soorten geïdentificeerd worden met slechts 400 waterstalen, waaronder bedreigde en invasieve soorten.
De officiële publicatie van de resultaten vandaag is het sluitstuk van drie jaar intensief onderzoek en analyse, uitgevoerd door UNESCO in samenwerking met lokale gemeenschappen, internationale experts en onderzoeksinstellingen zoals de KU Leuven en het VLIZ.
Het project levert een belangrijke bijdrage aan het behalen van het “30x30-doel” van het Kunming-Montreal biodiversiteitsakkoord, dat streeft naar de bescherming van 30% van de oceanen en andere natuurgebieden tegen 2030.
Dankzij onze steun via Vlaamse trustfondsen en de expertise van het VLIZ heeft dit project de basis gelegd voor een wereldwijde standaard in biodiversiteitsmonitoring. Vlaanderen toont hiermee dat we niet alleen lokaal, maar ook globaal het verschil maken.