Het Departement WEWIS streeft ernaar hoge juridische, ethische en morele normen te hanteren en zich te houden aan de beginselen van integriteit, objectiviteit en eerlijkheid, en wenst te worden gezien als een organisatie die fraude en corruptie verwerpt in de wijze waarop het zijn activiteiten uitvoert.
Alle personeelsleden worden geacht dit streven te delen.
Het doel van dit beleid is een cultuur te bevorderen die frauduleuze handelingen ontmoedigt, de preventie en opsporing van fraude te bevorderen, alsook de ontwikkeling van procedures te vergemakkelijken die zullen helpen bij het onderzoek van fraude en gerelateerde overtredingen en zullen waarborgen dat dergelijke gevallen snel en passend worden aangepakt.
Fraude
Het begrip fraude wordt gewoonlijk gebruikt om een breed scala van ambtsmisdrijven te beschrijven, waaronder diefstal, corruptie, verduistering, omkoping, vervalsing, verkeerde voorstelling van zaken, collusie, het witwassen van geld en het verzwijgen van materiële feiten. Vaak wordt daarbij gebruikgemaakt van bedrog voor eigen gewin of gewin van een verwant persoon of een derde partij, of om een ander verlies toe te brengen – intentie is het belangrijkste element dat fraude onderscheidt van een onregelmatigheid.
Fraude heeft niet alleen potentiële financiële gevolgen, maar kan ook schade toebrengen aan de reputatie van een organisatie die verantwoordelijk is voor het effectieve en efficiënte beheer van middelen. Dit is met name van belang voor een publieke organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer van publieke middelen. Corruptie is het misbruik van macht ten eigen voordele.
Er is sprake van een belangenconflict indien de onpartijdige en objectieve uitoefening van de officiële functies van een persoon in het gedrang komt als gevolg van familiebanden, vriendschap, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of enige andere belangengemeenschap met bv. een aanvrager of ontvanger van steun.
Verantwoordelijkheden
De leidend ambtenaar van Departement WEWIS is verantwoordelijk voor de uitwerking van het anti-fraude beleid en het controlesysteem in het kader van het risicomanagement en houdt toezicht op het correct functioneren van het controlesysteem. Op basis van eigen vaststellingen of vaststellingen van anderen kan de leidend ambtenaar een aanpassing aan de controlesystemen en de anti-fraudemaatregelen doorvoeren.
Bij het uitbouwen van het risicobeheerssysteem wordt de leidend ambtenaar ondersteund door een verantwoordelijke risicobeheer die ingebed is in de stafdiensten van de SG. Deze dienst is belast met organisatiebeheersing en risicobeheersing. Daarnaast wordt de SG bijgestaan door een integriteitsambtenaar ingebed in de dienst Algemene Zaken en Ondersteuning.
De instrumentverantwoordelijken, inhoudelijke en financiële dossierbeheerders zijn verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van frauderisico's, zoals:
- er voor zorgen dat er een adequaat systeem van controle bestaat binnen hun verantwoordelijkheidsgebied;
- het kritisch beoordelen van dossiers, met actieve aandacht voor mogelijke frauderisico’s;
- het voorkomen en opsporen van fraude;
- de nodige voorzichtigheid in acht nemen en het uitvoeren van preventieve acties in geval van een vermoeden van fraude;
- het nemen van corrigerende maatregelen, met inbegrip van het voorstellen aan het management van administratieve sancties.
Rapporteren van fraude
Als personeelslid van de Vlaamse overheid is er, overeenkomstig federale wetgeving (artikel 29 van het wetboek van strafvordering), het Vlaams personeelsstatuut en de deontologische code, spreekplicht als er bij de uitoefening van de functie feiten worden vastgesteld die niet door de beugel kunnen. Als personeelslid is men volgens dit artikel 29 verplicht misdaden en wanbedrijven aan de bevoegde procureur des Konings te melden.
Alle meldingen worden strikt vertrouwelijk behandeld. Personeelsleden met meldingen over personeelsonregelmatigheden of vermoedelijke fraude worden beschermd tegen represailles. Lees hier een beschrijving van de klokkenluidersregeling.
Personen die betrokken zijn bij de uitvoering van de projecten kunnen een vermoeden van fraude ook rechtstreeks melden aan de Vlaamse ombudsdienst.
Conclusie
Fraude kan zich op veel manieren manifesteren. Het Departement EWI voert een beleid van nultolerantie voor fraude en corruptie en heeft een robuust controlesysteem dat is bedoeld om gevallen van fraude te voorkomen en zo mogelijk op te sporen en om hun gevolgen tegen te gaan, indien zulke gevallen zich voordoen.
Specifieke maatregelen voor projecten gefinancierd met Europese middelen
Financiering via RRF
- Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)
- Aanmelding van vermoeden van fraude bij OLAF: Elk vermoeden van fraude - of andere ernstige onregelmatigheden die een negatief effect kunnen hebben op de financiën van de EU - bij projecten die gefinancierd worden met middelen vanuit RRF zal door VLAIO aangemeld worden bij OLAF.
- Melding rechtstreeks bij OLAF: Personen die op de hoogte zijn van fraude of ernstige onregelmatigheden kunnen ook rechtstreeks aanmelding doen bij het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) via
anti-fraud.ec.europa.eu(externe link).
- Data-analyse
Voor de controle van projecten die gefinancierd worden met middelen vanuit RRF maakt het Departement EWI, via VLAIO, gebruik van de krachtige IT-tool ARACHNE om risicovolle activiteiten op te sporen. - Bijkomende controles op dubbelfinanciering
Er wordt voor deze projecten een bijkomende voorcontrole uitgevoerd op dubbelfinanciering van projecten met Europese middelen. Het Departement EWI voert deze controle uit via VLAIO op basis van gegevens uit Arachne, Financial Transparancy System en Kohesio. - Controle op belangenvermenging via UBO-register
Voor projecten gefinancierd met RRF werd door de coördinerende entiteit een specifieke procedure uitgewerkt voor controles op belangenvermenging op basis van gegevens van de begunstigden uit het UBO-register. - Controle door de Vlaamse Audit Autoriteit
Zowel het Beheers- en controlesysteem binnen de beleidsdomeinen als de specifieke maatregelen en processen die gefinancierd worden door middelen vanuit de Resilience and Recovery Facility worden onderworpen aan audits door de Vlaamse Auditautoriteit (VAA). De auditautoriteit handelt in overeenstemming met de professionele standaarden bij de beoordeling van het frauderisico en de toereikendheid van het controlesysteem van het Vlaamse beheers- en controlesysteem voor RRF-projecten.