Werk
Administratiekosten dienstencheques: wijzigingsbesluit
Met het oog op meer transparantie voor de gebruikers wijzigt de Vlaamse Regering, na advies van de VTC en van de Raad van State, definitief haar besluit over de dienstencheques. Het wijzigingsbesluit regelt de rapportering van dienstencheque-ondernemingen aan het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie (WEWIS) over de bijkomende kosten die ze aanrekenen aan gebruikers.
Dienstencheque-ondernemingen die, naast de dienstencheque per gepresteerd arbeidsuur, een extra financiële tussenkomst vragen aan de gebruikers, moeten deze bijkomende financiële tussenkomst of kosten registreren. Het Departement WEWIS zal deze financiële tussenkomsten in alle transparantie publiceren, zodat het voor de consumenten van bij aanvang duidelijk is welke dienstencheque-onderneming welke financiële tussenkomsten aanrekent. Dit bevordert ook de nodige concurrentie. Alle bijkomende verplichtingen met een financiële impact voor de gebruiker moeten dus gemeld worden. Ook elke wijziging wat betreft deze bijkomende financiële tussenkomst of kosten, moet worden geregistreerd.
Deze registratieplicht wordt nu als een erkenningsvoorwaarde in de regelgeving ingeschreven. Er zal over gewaakt worden dit registratieproces op een administratief eenvoudige manier te organiseren. Het niet naleven van deze registratieplicht kan leiden tot een administratieve boete, het intrekken van de erkenningsvoorwaarde en het inhouden van de inruilwaarden voor terugbetaling van de ingediende dienstencheques.
Vlaams opleidingsverlof (VOV): verlenging gemeenschappelijk initiatiefrecht 2025-2026
In afwachting van een structurele hervorming, verlengt de Vlaamse Regering, na adviezen van de SERV en van de Raad van State, definitief het tijdelijke experiment met een gemeenschappelijk initiatiefrecht voor het Vlaams opleidingsverlof in het schooljaar 2025-2026. Daarmee kan men extra uren en budget inzetten om opleiding te volgen op gezamenlijk initiatief van de werkgever en van de werknemer. De werkgever krijgt daarmee een expliciete rol om aan de werknemer opleidingen voor te stellen om toekomstkansen in de sector of op de arbeidsmarkt te verbeteren, wat meer werknemers kan stimuleren om deel te nemen aan arbeidsmarktgerichte opleidingen. In dit besluit wordt ook een bepaling opgenomen die regelt dat in de terugbetalingsaanvraag duidelijk moet aangegeven worden op wiens initiatief (werknemer of werkgever) de opleiding gevolgd werd.
Economie
-
Wetenschap
-
Innovatie
-