Europese ministers voor onderzoek keuren raadsconclusies over Horizon 2020-evaluatie goed

Gepubliceerd op 29 mei 2024
Overzicht van de Raad Concurrentievermogen (Research) - 23 mei 2024
(c) European Union

Op 23 mei 2024 heeft de Raad Concurrentievermogen conclusies aangenomen over de evaluatie van het 8ste Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie Horizon 2020 (deze zijn onderaan deze pagina te downloaden). Dit programma liep van 2014 tot 2020 en had een budget van € 75,6 miljard.

De raadsconclusies ‘Ex post-evaluatie van Horizon 2020 en vooruitblik op de toekomst’ zijn zowel een reactie op het evaluatierapport van Horizon 2020, dat de Europese Commissie begin dit jaar publiceerde, maar bevat ook boodschappen gericht op de totstandkoming van het volgende kaderprogramma dat in 2028 van start gaat.

Voorzitterschap van de Raad

Het Waals Gewest vertegenwoordigt België momenteel in de Raad Concurrentievermogen, luik Onderzoek, conform de ‘toerbeurtregeling.

Mede dankzij een goede intra-Belgische samenwerking en een duidelijke rolverdeling kon het Departement EWI als penhouder de contouren van de Raadsconclusies schetsen. Het kaderprogramma is dan ook van groot belang voor Vlaanderen, zoals ook blijkt uit de hoge participatiegraad van Vlaamse O&I-actoren en de hoge financiële return.

Ex post-evaluatie Horizon 2020 en vooruitblik op de toekomst

De conclusies bevestigen de analyse van de Europese Commissie dat het programma op veel verschillende gebieden succesvol was en een grote positieve impact had op wetenschap, maatschappij en economie.

Op deze manier heeft het aanzienlijk bijgedragen aan het versterken van zowel de weerbaarheid als het concurrentievermogen van Europa. In de evaluatie werd bijvoorbeeld geschat dat 1 euro geïnvesteerd in het Kaderprogramma naar schatting 5 euro meerwaarde voor de Europese maatschappij zal opleveren tegen 2040.

Het feit dat Horizon 2020 meer dan één miljoen projectaanvragen uit 177 verschillende landen mocht ontvangen, illustreert de grote aantrekkingskracht van het programma.

Daarnaast schuiven de conclusies ook enkele aandachts- of verbeterpunten naar voren.

Het belang van voldoende budget voor het programma wordt onderstreept, aangezien door de hoge aanvraagdruk slechts één vierde van de kwaliteitsvolle aanvragen gefinancierd kon worden, wat een enorm verlies aan potentiële impact van het programma impliceert.

Verder wordt ook een betere balans gevraagd tussen fundamenteel en toegepast onderzoek, met een vraag naar bijkomende aandacht voor meer basisonderzoek in samenwerkingsverband.

De tekst onderlijnt ook het belang van het beter stimuleren van private investeringen in onderzoek en innovatie en om de synergieën met andere Europese programma’s en nationale en regionale fondsen te versterken.

De tekst roept verder op tot het versterken van de  linken met de Europese Onderzoeksruimte en wijst op de nog steeds aanzienlijke verschillen in deelname- en succesratio tussen verschillende lidstaten, wat wijst op de noodzaak om effectievere en meer op maat gemaakte maatregelen te nemen om deze innovatiekloof te overbruggen.

Ten slotte focust de tekst op specifieke implementatiemaatregelen waarbij het belang van verdere simplificatie wordt benadrukt, evenals het belang om de monitoring van het programma te optimaliseren, ook vanuit een meer langetermijnperspectief.

Vlaanderen kijkt al langer vooruit naar het tiende Europese Kaderprogramma

Het kaderprogramma voor O&I speelt steeds meer een cruciale rol binnen het Europese onderzoeks- en innovatielandschap. Gebaseerd op de principes van excellentie en impact, stelt dit programma onderzoekers en innovatoren in staat om zowel ambitieuzere als complexere projecten uit te voeren binnen een Europese context dan mogelijk zou zijn op puur nationaal niveau.

Met deze conclusies werd op Europees niveau alvast een eerste concrete stap gezet om het proces naar de ontwikkeling van het volgende kaderprogramma voor O&I mee vorm te geven, waarvan de eerste onderhandelingen gepland zijn vanaf 2025. Vlaanderen heeft haar ambities al kenbaar gemaakt en zal dit proces van nabij blijven opvolgen.  

Theresia Feldman tijdens de Raad Concurrentievermogen van 23 mei 2024
EWI-collega Theresia Feldmann
Tom Vercruysse tijdens de Raad Concurrentievermogen van 23 mei 2024
EWI-collega Tom Vercruysse (rechts)
Theresia Feldmann
Beleidsmedewerker
Afdeling Coördinatie, Evaluatie, EU en Internationaal O&O&I-beleid

Dit kan je ook interesseren

14 februari 2025

Europese Concurrentiekracht centraal op High Level Group-meeting

Op donderdag 13 februari vergaderde in Brussel de High Level Group Concurrentievermogen en Groei van de Europese Unie, onder voorzitterschap van Polen.
05 februari 2025

EU-ministers overleggen in Warschau tijdens informele ‘jumbo’-Raad Concurrentievermogen en Handel

Op 3 en 4 februari kwamen in Warschau de Europese ministers bevoegd voor Concurrentievermogen (Industrie en Interne Markt) en Handel bijeen voor een informele ministeriële vergadering onder het Poolse voorzitterschap.
27 september 2024

Toekomst Europees concurrentievermogen centraal thema voor debat Europese ministers

Op 26 september vond de eerste formele Raad Concurrentievermogen plaats onder Hongaars Voorzitterschap. Tijdens deze Raad stonden twee thema’s centraal: de toekomst van het Europese concurrentievermogen en het staatssteunkader.

Blijf wekelijks op de hoogte

Wij brengen u wekelijks de laatste weetjes, publicaties en cijfers over economie, wetenschap en innovatie in Vlaanderen in uw mailbox.

Nieuwsgierig naar onze voorbije nieuwsbrieven? Bekijk hier ons archief.