GEAR 2030: tussentijdse rapportering van de werkgroepen (sherpa overleg van 22 februari 2017)

Filter items
Nieuws
22 februari 2017

Automobielindustrie 2030

GEAR2030 is de strategische reflectiegroep die werd opgestart eind 2015 als opvolger van het CARS2020-actieplan. Departement EWI neemt de sherpafunctie waar voor België. Op het sherpa overleg van 22 februari 2017 wisselden betrokken lidstaten en stakeholders info uit over de voortgang, draftconclusies en aanbevelingen voor een competitieve Europese automobielindustrie tegen 2030.

GEAR2030 telt drie technische werkgroepen  (*):
1. Veranderende automobielwaardeketen;
2. Geconnecteerde en zelfrijdende voertuigen;
3. Globale EU concurrentie.

Die werkgroepen en projectteams hielden in totaal al 70-tal vergaderingen waar vooral Europese belangenorganisaties van toeleveranciers, fabrikanten, distributie, verkoop, consumenten, verzekeringsmaatschappijen, werknemers,… en industriële stakeholders uit de hele EU-voertuigwaardeketen actief aan deelnamen. Onder andere op basis van die infomomenten, zal in mei 2017 het draftrapport voorgelegd worden aan de sherpa’s. In het najaar zal de High Level Group het definitieve GEAR2030-rapport valideren.

De Europese Commissie peilde eveneens bij de 12 deelnemende lidstaten en belangenverenigingen naar hun visies rond technologieneutraliteit in energie-efficiënt en CO2 emissiebeleid, de aanpak in de werkstromen en welke strategie nodig is naar overheden en stakeholders toe voor toegang tot voertuigdata. De lidstaten benadrukten het belang van databescherming en -beveiliging in de reguleringen, en de nood aan onderzoek en afstemming tussen verschillende DG-initiatieven voor meer waardecreatie voor de gebruikers.

 

(*) Werkgroepen, stand van zaken 

WG1: Verandering in de automobielwaardeketen

Deze werkgroep brengt trends en scenario’s in kaart. De consensus rond de meest waarschijnlijke scenario’s voor de voertuigindustrie in 2030, zoals dit in projectteam 1 werd besloten voor de vijf belangrijkste voertuigtrends:

  1. elektrificatie en geavanceerde ICE aandrijftechnologieën,
  2. digitalisering,
  3. geconnecteerd en autonoom rijden,
  4. technologische innovaties in maakindustrie en
  5. globaliseringstendens met nieuwe spelers.

De referentiescenario’s voor deze trends zijn basis voor verdere discussie in andere projectteams en werkgroepen. 

Het overleg gaf een ruim draagvlak aan voor een technologieneutrale benadering voor een CO2 verlagend emissiebeleid op middellange en lange termijn: voor O&I inspanningen (EV, waterstof, biobrandstoffen,…) betekent dit dat de toekomstscenario’s afhankelijk zijn van technologische ontwikkelingen rond zero emissie (niet enkel elektromobiliteit). Het is dan ook niet altijd even zinvol op lange termijn EV targets te bepalen. Batterijautonomie, verbeterde klassieke aandrijfsystemen, enz. zullen een invloed hebben op de type steunmaatregelen en vervoersmix (incl. fleets). De Commissie verwelkomt visies hieromtent.  

De uitrol van ‘zero emissie voertuigen’, een term die ook op technologieneutraliteit wijst in het beleid en de regulering, is het onderwerp van projectteam 2 (waar Department LNE aan deelneemt): gebruikersincentives, ook voor publieke vloten met een voorbeeldrol, dienen aanvaarbaarheid bij de consumenten te verhogen. De nieuwe criteria voor aanbestedingen (cfr. EU-richtlijn) bieden businessopportuniteiten voor uitrol in openbaar vervoer.  Aan bod komen ook nieuwe mobiliteitsdiensten in opmars in de deeleconomie, connectiviteit als ‘game changer’ (voor een verwachte 50% à 60% volledig geconnecteerde nieuwe voertuigen tegen 2030), digitale producten en communicatie tussen geconnecteerde voertuigen en autonome 2030 systemen.

Steun aan onderzoek en demonstratie is wenselijk in al deze gebieden. Er is nood aan een EU wettelijk kader voor aansprakelijkheid met grensoverschrijdende oplossingen voor de verwachte SAE level 4 in 2030. Consumentaanvaarding en -herstel zullen bepalend zijn voor de snelheid van de marktuitrol. De slimme maakindustrie zal ook belangrijke toegevoegde waarde creëren door robotisering, lichter materiaalgebruik en de toenemende digitalisering zal een neerwaartse druk hebben op de productiekosten. De nieuw verkochte voertuigen zal uiteindelijk een mix worden van klassieke aandrijfmotoren, plug-in hybrides (als transitietechnologie), elektrische en waterstofvoertuigen, die zal evolueren in functie van de aankoopprijzen, de performantie van batterijpakketten, etc.

Projectteam 3 formuleert aanbevelingen voor internationale competitiviteit in de hele EU automobielwaardeketen die gekenmerkt wordt door een belangrijk handelsoverschot. De hele waardeketen, gaande van grondstoffen, productie van onderdelen, van voertuigen, dealers en verkopers, distributie tot (her)gebruik, vraagt om verdere investeringen in onderzoek, met vooral aandacht voor betere ontsluiting van data rond voertuiggebruik, emissies.

De impact (van voornamelijk digitalisering) op werkgelegenheid wordt bekeken in projectteam 4 om te kunnen anticiperen op de structureel tekort aan arbeidskrachten. Aanbevelingen zijn (1) gezamenlijke standaardkader voor jobs met wederzijde erkenning voor een interne markt van vaardigheden, (2) verhoogde transferabiliteit van kwalificaties binnen de EU en (3) de ontwikkeling van een EU brede stagemarkt, waar  de specifieke sectoraanpak wel in vraag gesteld werd.

 

WG2: autonoom en geconnecteerd rijden

Binnen de tweede werkgroep heeft het projectteam ‘regulering’ een eerste reeks van consensusaanbevelingen voor de opkomende 2020-systemen. Dankzij brede industriële medewerking zijn er aanbevelingen tot stand gekomen m.b.t openbare testen (wederzijdse erkenning), wegveiligheid (nood aan samenwerking rond ‘lessons learnt’), connectiviteit voor automatisering, aansprakelijkheidsaspecten en de noden voor dataopslag/-opname. De leden vragen om de tweede fase 2020-2030 voor te bereiden voor de verwachte doelstelling van volledige connectiviteit  voor SAE level 4 en 5, verkoop in 2030 en een bijhorend regulerend kader zodat bestuurders kunnen rijden in heel de EU. De lidstaten bespreken dit ook in de UN-ECE Werkgroepen 1 en 29.  Het projectteam wil mogelijkheden vernemen om innovatie te stimuleren zowel voor gebruikers en producenten. Gebruikerscases, delen van data zijn hierbij belangrijke principes voor grensoverschrijdende testen, enz. Tenzij voor platooning is connectiviteit geen noodzakelijke voorwaarde maar het kan systemen veiliger maken. De rol van de Europese Commissie in UN-ECE wordt besproken om sneller vooruitgang te kunnen boeken. Harmonisering van de verschillende aansprakelijkheidsregimes in de lidstaten is niet nog haalbaar en wordt op langere termijn bekeken.

Projectteam 2 bekijkt de transitie naar hogere automatiseringsniveaus en hoe grootschalige pilootacties  bewerkstelligd kunnen worden. Een overzichtsrapport brengt EU steun en financieringsinstrumenten (Horizon2020, CEF, JU, EUREKA cluster,  IPCEI, EIB) en de beschikbare nationale programma’s (waaronder dat van Flanders’ Make) in kaart en analyseert lacunes in steunverlening. De leden wijzen op het gebrek aan coherentie tussen de lidstaten: steunmechanismes moeten beter bekend en beschikbaar worden. De Commissie doet een oproep aan de lidstaten om prioriteiten kenbaar te maken en een lijst op te maken van initiatieven die gefinancierd kunnen worden in de context van een gecoördineerde, grens- en sector overschrijdende scale up van geconnecteerd en autonoom rijden (zoals Platooning, C-ITS activiteiten, …).

 

WG3: globaal concurrentievermogen

Deze werkgroep bepaalt de voorwaarden ter versterking van interne EU concurrentie en de capaciteit van competitieve technologieën buiten de EU markt. Er is een EU strategie nodig voor toegang van Europese producten tot globale markten (partnerschappen met buitenlandse investeerders). Het eerste projectteam geeft inzicht in de binnenlandse EU markt als een realistisch kader ter versterking van de EU concurrentiekracht in markten buiten EU en bespreekt de intra Europese gang van zaken voor de regulerende en handelsaspecten. De werkgroep dient de aanbevelingen van het projectteam nog te valideren. Uit de vergadering blijkt de nood aan betere stroomlijning van bestaande en nieuwe regulerende initiatieven en een hoger ambitieniveau in de EU om de lange termijn concurrentiekracht te garanderen, door o.m. verdere EU globale standaardsetting, behoud van cutting edge technologieën in EU en door fragmentatie tegen te gaan. De bespreking van globale harmonisatie gebeurt op UN-ECE niveau. 

Projectteam 2 analyseert de uitdagingen voor de EU industrie in de aantrekkelijke Chinese ‘New energy car’ markt. Op EU vlak is er de Europese Trade Investment Policy Dialogue en de IPR dialoog: naleving blijft een belangrijke uitdaging, er is nood aan monitoring van regulerende ontwikkelingen. De Commissie vraagt de lidstaten informatie te geven rond hun dialogen met China. Verder is er een economische en handelswerkgroep. DG TRADE publiceerde een jaarrapport over handels- en investeringsbarrières.

 

Interesse in één van de projectteams of werkgroepen?

Contacteer Hilde Vermeulen, sherpa voor België (contactgegevens zie bovenaan rechterkolom).

Deel deze pagina

  • Vond u wat u zocht?

Contactgegevens

Hilde Vermeulen

Afdeling Ondernemen en Innoveren
Beleidsmedewerker
02 553 57 90

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van al ons nieuws en onze activiteiten en schrijf u in op onze nieuwsbrief.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een echte bezoeker bent en om spam tegen te gaan.