Tiende Kaderprogramma: voortgang en O&I-prioriteiten
Op 9 december verzamelden de Europese onderzoeksministers in Brussel voor de Raad Concurrentievermogen (COMPET-Raad). Centraal stond de voortgang van de KP10-onderhandelingen, met nadruk op de onderzoeks- en innovatieprioriteiten die richting moeten geven aan Europese investeringen en op het belang van publiek-private samenwerkingen om bijkomende middelen aan te trekken. België werd vertegenwoordigd door Vlaams Minister-President Matthias Diependaele.
KP10: voortgang en O&I-prioriteiten
In juli 2025, bij de start van het Deens voorzitterschap (DKVZP), presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor een nieuw Meerjarig Financieel Kader 2028-2034, met daarin het tiende Europees Kaderprogramma voor Onderzoek en Innovatie (KP10) en het Europees Competitiviteitsfonds (ECF).
Tijdens de COMPET-Raad in december presenteerde het Deens voorzitterschap een eerste voortgangsrapport over KP10. Het document schetst de stand van zaken van de onderhandelingen en behandelt zes thematische blokken, aangevuld met transversale thema’s zoals governance, vereenvoudiging, interdisciplinariteit, samenwerking met derde landen, dual‑use en onderzoeksveiligheid. Daarnaast benoemt het rapport de belangrijkste knelpunten, waaronder administratieve vereenvoudiging, de rol van lidstaten in het strategisch prioriteitskader, de financiering van defensietoepassingen en de verdeling van kosten voor onderzoeks- en technologie-infrastructuren. Dit voortgangsrapport vormt de basis voor de verdere gesprekken onder het Cypriotisch voorzitterschap, waarbij lidstaten vasthouden aan het principe: “niets is overeengekomen totdat alles is overeengekomen.”
Tijdens het beleidsdebat bespraken de lidstaten uitvoerig welke onderzoeks- en innovatieprioriteiten met duidelijke Europese meerwaarde noodzakelijk zijn om het Europees leiderschap te verzekeren en gezamenlijke inspanningen te ondersteunen, onder meer door publiek-private investeringen via partnerschappen te stimuleren.
Voorafgaand aan deze interventies lichtte Europees Commissaris voor startups, onderzoek en innovatie Ekaterina Zaharieva drie kernpunten van KP10 toe: “
(1) Simplificatie moet ervoor zorgen dat onderzoekers minder tijd besteden aan papierwerk en meer kunnen investeren in onderzoek en innovatie; (2) flexibiliteit is nodig om snel te kunnen inspelen op onverwachte uitdagingen; en (3) het versterken van competitiviteit houdt in dat excellentie wordt vertaald naar technologisch leiderschap. KP10 fungeert daarbij als zelfstandig kaderprogramma en vormt de motor van het toekomstige Competitiviteitsfonds”, dat volgens Zaharieva niet als bedreiging voor O&I moet worden gezien.
Over partnerschappen benadrukte commissaris Zaharieva dat deze vooral waarde moeten creëren waar lidstaten het niet alleen kunnen, met investeringen afgestemd op de beleidsvensters van het ECF en een coherent en geprioriteerd portfolio zonder duplicatie.
De interventies van de lidstaten draaiden rond enkele terugkerende thema’s: een duidelijke rol voor lidstaten bij het vastleggen van O&I‑prioriteiten, aandacht voor onderzoeksveiligheid, een goed werkende link tussen ECF en KP10, administratieve vereenvoudiging en stroomlijning van het partnerschapslandschap.
Verschillende landen, waaronder België, steunden de prioritering binnen de beleidsvensters van het ECF, met brede steun voor domeinen zoals AI, quantum, biotech en bio‑economie.
Minister‑president Diependaele benadrukte dat “Europa resoluut moet inzetten op excellentie om zijn concurrentievermogen te versterken en onderschreef de nauwe koppeling tussen Horizon Europa en het Competitiviteitsfonds om valorisatie en commercialisatie te versnellen.”
Lidstaten spraken zich verder uit voor partnerschappen met duidelijke Europese meerwaarde en actieve betrokkenheid bij selectie en monitoring. Er was eensgezindheid dat het huidige partnerschapslandschap te complex is en dat scherpe keuzes nodig zijn.
Tot slot stelde Diependaele dat “lidstaten moeten kunnen deelnemen volgens hun capaciteiten, met oplossingen voor gezamenlijke financiering die nationale en regionale procedures respecteren. Centraal financieel beheer betekent dan ook heel wat uitdagingen.”
Diependaele sloot af met te stellen dat één principe overeind blijft: “excellente spelers moeten toegang behouden tot samenwerkingsverbanden”.
Ook voor Vlaanderen zijn Europese partnerschappen belangrijk. Vlaamse actoren nemen actief hieraan deel, gesteund door 218 miljoen euro cofinanciering van de Vlaamse overheid, wat vervolgens een sterke return oplevert. Het Commissie-voorstel voor Horizon Europa 2028–2034 wil het partnerschapslandschap stroomlijnen en vereenvoudigen, met centraal financieel beheer en duidelijke partnerbijdragen.
Scale Up Europe-fonds: groeikapitaal voor Europese start-ups
Commissaris Zaharieva gaf tijdens de Raad een update over het Scale Up Europe‑fonds, een marktgericht en privaat beheerd groeifonds dat investeert in grote Europese investeringsrondes.
Het fonds wil veelbelovende startups in de latere fase van hun ontwikkeling voorzien van groeikapitaal, zodat zij in Europa kunnen doorgroeien zonder afhankelijk te worden van Amerikaanse of Aziatische investeerders. De focus ligt op strategische technologieën zoals AI, quantum, halfgeleiders, robotica, energie, ruimtevaart, biotech, medische technologie, geavanceerde materialen en agritech.
Verschillende lidstaten, waaronder België via minister‑president Diependaele, spraken hun steun uit en benadrukten het belang van een goede afstemming met bestaande Europese en nationale investeringsbanken en instellingen met jarenlange expertise.
Overige agendapunten: AI GigaFactories, universiteitsallianties en onderzoeksveiligheid
Onder het Deense voorzitterschap werd onderhandeld over een wijziging van de EurHPC‑verordening om een wettelijke basis te creëren voor de oprichting van AI GigaFactories in de EU. Deze grootschalige faciliteiten moeten de volledige levenscyclus van grote AI‑modellen ondersteunen en zo Europa’s ambitie als wereldleider in kunstmatige intelligentie versterken.
België legde eerder al de basis voor AI Factories, Denemarken breidde dit uit.
Tijdens de COMPET‑Raad steunden lidstaten de tekst en benadrukten snelle implementatie en duidelijke financieringsafspraken. De algemene benadering werd unaniem aangenomen, maar formele goedkeuring volgt pas na advies van het Europees Parlement.
Europese Universiteitsallianties: Frankrijk, gesteund door meerdere lidstaten, benadrukte dat Europese universiteitsallianties een belangrijke motor zijn voor samenwerking en concurrentievermogen, en pleitte voor een duurzaam financieringsmechanisme en een stabiel juridisch kader. De Commissie erkende het belang van deze allianties, maar stelde dat structurele financiering niet binnen het kaderprogramma kan worden voorzien.
Het creëren van een Europese samenwerkingsruimte voor onderzoeksveiligheid: de Commissie gaf een update over de uitvoering van de raadsaanbeveling inzake onderzoeksveiligheid. die tijdens het BEVZP in het voorjaar 2024 werd aangenomen.
Het betrof: een grote Europese conferentie die succesvol werd afgerond; de aankondiging van een expertisecentrum dat eind 2026 wordt opgericht; alsook een een beveiligd ICT‑platform voor due diligence bij internationale partners dat in 2026 volgt.
Tot slot is er een versterking van de intelligencecapaciteit rond wetenschap en technologie, en nieuwe veiligheidswaarborgen in Horizon Europe 2026-2027, voorzien.
Prioriteiten inkomend Cypriotisch voorzitterschap
Het Deense voorzitterschap loopt ten einde en vanaf 1 januari 2026 neemt Cyprus het voorzitterschap over. De prioriteiten van het inkomend EU‑voorzitterschap richten zich op het versterken van de rol van onderzoek en innovatie voor de Europese competitiviteit, het uitbouwen van de Europese AI‑capaciteit binnen de wetenschap en het bevorderen van wetenschappelijke diplomatie en samenwerking met de zuidelijke buurlanden en de Golfstaten. Daarbij staan enkele sleuteldossiers centraal: het tiende Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (KP10), de Europese innovatiewet, het Euratom onderzoeks- en trainingsprogramma inclusief ITER, en het onderzoeksfonds voor kolen en staal.