Vlaamse deelname aan Europese ministeriële conferentie rond de mondiale aanpak van onderzoek, innovatie en hoger onderwijs te Marseille

Filter items
Nieuws
10 maart 2022

Frankrijk huidig voorzitter Raad van Ministers van de EU

Het voorzitterschap van de Raad rouleert tussen de EU‑lidstaten en wisselt om de 6 maanden. Tijdens die 6 maanden zit het voorzitterschap vergaderingen voor op elk niveau binnen de Raad, en levert het zo een bijdrage tot de continuïteit van de werkzaamheden van de EU in de Raad.

Frans minister Fréderique Vidal (Hoger Onderwijs, Onderzoek en Innovatie) en Secretaris-generaal Johan Hanssens (Departement EWI) 

Er wordt nauw samengewerkt tussen telkens 3 lidstaten die na elkaar het voorzitterschap bekleden en die "trio's" worden genoemd. Dit systeem werd in 2009 ingevoerd bij het Verdrag van Lissabon. Een voorzitterschapstrio bepaalt de doelstellingen op lange termijn en stelt een gemeenschappelijke agenda op met de onderwerpen en grote thema's die de Raad gedurende 18 maanden zal behandelen. Op basis daarvan geeft elk van de 3 landen dan nadere invulling aan zijn eigen halfjaarlijkse programma.

Tussen 1 januari 2022 en 30 juni 2022 neemt Frankrijk de rol op van Voorzitter van de Raad van Ministers van de EU (FR VZP). Op 1 januari startte ook een nieuw Triovoorzitterschap van Frankrijk, Tsjechië en Zweden.

Dit Triovoorzitterschap zal vanaf 1 juli 2023 gevolgd worden door een nieuw Triovoorzitterschap Spanje, België en Hongarije. Tussen 1 januari 2024 en 30 juni 2024 is België dus voorzitter van de Raad van Ministers.

De ambitie van het huidige Frans VZP is te bouwen aan een meer verenigd en soeverein Europa, gebaseerd op drie hoofdboodschappen: herstel, kracht en het gevoel erbij te horen, of “relance, puissance et appartenance”.

Ministeriële conferentie ministers voor Onderzoek, 8 maart 2022

Het FR VZP organiseerde op 8 maart een ministeriële conferentie rond de mondiale aanpak van onderzoek, innovatie en hoger onderwijs. De ministers van de EU-lidstaten, alsook van de EER-landen (Ijsland en Noorwegen) namen deel.

Aanvankelijk zou de ministeriële conferentie twee dagen plaatsvinden, maar omwille van het conflict Rusland-Oekraïne en de impact van de crisis op de multilaterale dialoog met derde landen is de tweede dag geannuleerd.

Op 8 maart vond tijdens de voormiddag een open plenaire sessie met ministerieel debat plaats over ‘Het ontwikkelen van de principes en waarden van internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie’.

V.l.n.r. EWI-collega Peter Spyns, secretaris-generaal Departement EWI Johan Hanssens en Belspo-collega Brigitte Decadt.

In het namiddaggedeelte vonden er parallelle ministeriële workshops plaats over de ‘Toekomst van internationale samenwerking op het gebied van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie’:

  • Global outreach of European University Alliances
  • Science diplomacy
  • Cooperation with Africa in Research, Innovation and Higher Education

De conferentie wordt afgesloten met een plenaire sessie, waarbij Mariya Gabriel, Europees Commissaris voor Innovatie, Onderzoek, Cultuur, Onderwijs en Jeugd, en FR minister Vidal het woord namen.

Wegens verhindering van Vlaams minister Hilde Crevits werd België vertegenwoordigd door secretaris-generaal van het Departement EWI, Johan Hanssens en EWI-collega Peter Spyns en Belspo-collega Brigitte Decadt.

Volgende vragen stonden op de agenda van de vergadering.

Discussievragen plenair debat

  • Does the list of principles and values for international cooperation in research and innovation as presented by the Presidency in its “Marseille Declaration on International Cooperation in R&I” constitute an acceptable working basis for an approval procedure by the Council after the conference?
  • What are the key elements for the effective promotion and protection of the EU’s interests and assets in international cooperation in R&I and how should they be strengthened? What role should the EU play in supporting actions at national level?
  • How can reciprocity in international research and innovation cooperation be ensured and which aspects are most relevant in this context?

Discussievragen workshop wetenschapsdiplomatie

  • What are the thematic priorities for European science diplomacy, and how can they be concretely implemented at Member State level ?
  • What synergies are possible between the science diplomacies of the Member States to bring a coherent European science diplomacy to the international level and what added value can be brought at European level to the science diplomacy carried out by the Member States?
  • What best practices should be recommended to implement our common values and principles (academic freedom, integrity of science, ethics, financial transparency, social responsibility, equality and diversity, etc.) in the scientific and academic cooperation of Member States and the EU?

Marseille Declaration on International Cooperation in R&I

Het FR VZP presenteerde een Voorzitterschapsverklaring “Marseille Declaration on International Cooperation in R&I” tijdens de ministeriële conferentie. Alle lidstaten verwelkomden de verklaring, dus ook België.

Die verklaring moet de basis leggen voor Raadsconclusies die later aangenomen zullen worden binnen de Raad. Op basis van de Raadsconclusies zal daarna de multilaterale dialoog met de derde landen aangevat worden.

U kunt de Marseille Declaration hieronder downloaden

PDF icon marseille_declaration.pdf

Situering van de Marseille Declaration in het licht van voorgaande teksten

Eind 2020 keurde de Raad Onderzoek de Raadsconclusies ‘Nieuwe Europese Onderzoeksruimte’ (ERA) goed waarbij internationale samenwerking in de ERA en openheid één van de topprioriteiten is om de doelstellingen van een nieuwe ERA te verwezenlijken, de rol van Europa als wereldleider te ondersteunen en de samenwerking met derde landen te verbeteren.

Mededeling Commissie

Op 18 mei 2021 publiceerde de Europese Commissie een mededeling over ‘Europa’s mondiale benadering van samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie, die deel uitmaakt van het COM-werkprogramma 2021 en de COM-mededeling van 2012 vervangt.

Algemeen doel: vorm geven aan de geopolitieke dimensie van de vernieuwde ERA, zorgen voor complementariteit met de EU-onderwijsruimte en het actieplan voor digitaal onderwijs. De EU wil een voortrekkersrol spelen door multilateralisme, openheid en wederkerigheid te bevorderen bij de samenwerking met de rest van de wereld.

De EU zal de mondiale respons op wereldproblemen (bijvoorbeeld de klimaatverandering of pandemieën) vergemakkelijken en daarbij de internationale regels en de fundamentele waarden van de EU in acht nemen en haar open strategische autonomie versterken.

Hierbij kort enkele belangrijke aspecten die in de communicatie vervat zitten, uitgelicht:

  • Europa hecht veel belang aan de nodige mondiale openheid om excellentie te stimuleren, middelen met het oog op wetenschappelijke vooruitgang te bundelen en dynamische innovatie-ecosystemen te ontwikkelen.
  • Samenwerken met internationale partners om tot een gemeenschappelijk begrip te komen van fundamentele beginselen en waarden op het gebied van onderzoek en innovatie, zoals academische vrijheid, gendergelijkheid, onderzoeksethiek, open wetenschap en wetenschappelijk onderbouwde beleidsvorming.
  • Twee hoofddoelstellingen zijn:
    1. een per definitie open onderzoeks- en innovatieomgeving op basis van regels en waarden tot stand te brengen, zodat onderzoekers en innovatoren wereldwijd in multilaterale partnerschappen kunnen samenwerken om oplossingen voor wereldproblemen te vinden; waarbij het creëren van een gelijk speelveld en het nastreven van wederkerigheid, gepromoot wordt;
    2. de leidende rol van de EU versterken bij de ondersteuning van multilaterale onderzoeks- en innovatie partnerschappen om nieuwe oplossingen te vinden voor groene, digitale, gezondheids-, sociale en innovatie uitdagingen.
  • De mondiale benadering zou als volgt geïmplementeerd moeten worden:
    1. het moduleren de EU bilaterale samenwerkingen inzake O&I opdat zij verenigbaar is met de Europese belangen en waarden en ter versterking van de open strategische autonomie van de EU;
    2. het mobiliseren van wetenschap, technologie, en innovatie om duurzame en inclusieve ontwikkeling en overgang naar veerkrachtige, op kennis-gebaseerde samenlevingen en economieën in lage- en middeninkomenslanden te realiseren; en
    3. initiatieven naar het model van een “Team Europa”-aanpak, waarbij acties van de EU, financiële instellingen en de lidstaten worden gecombineerd, om de doeltreffendheid en het effect van de acties te maximaliseren.
  • De COM zal ook richtsnoeren ontwikkelen om te voorkomen dat onderzoeksorganisaties en instellingen voor hoger onderwijs in de EU het slachtoffer worden van buitenlandse inmenging.
  • Horizon Europa zal een belangrijk instrument zijn om de strategie uit te voeren.
  • Om de strategische troeven, de belangen, de autonomie of de veiligheid van de EU te vrijwaren, kan de deelname aan het programma bij wijze van uitzondering en uitsluitend in naar behoren gemotiveerde gevallen worden beperkt, zodat het programma in de regel open kan blijven. De associatie van derde landen met Horizon Europa zal extra mogelijkheden bieden om aan het algemene programma deel te nemen onder doorgaans dezelfde voorwaarden als de lidstaten.

Team Europa

Op 13 april 2021 keurde de Raad Raadsconclusies over Team Europe goed, waarbij het zijn Team Europe-inzet bevestigt voor de wereldwijde bestrijding van de COVID 19-pandemie en de gevolgen ervan op gezondheids-, sociaal, economisch, humanitair, veiligheids- en politiek gebied.

Team Europe bestaat uit de EU, haar lidstaten en hun diplomatieke netwerken, en financiële instellingen zoals nationale ontwikkelingsbanken, de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

De Raad beklemtoont dat het van essentieel belang is te zorgen voor samenhang bij de programmering van EU-middelen in het kader van het geplande instrument voor nabuurschap, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI-Global Europe).

Hij benadrukt tevens dat de initiatieven van Team Europe onder meer gericht moeten blijven op de grootste transformatieve impact en systemische verandering, moeten aansluiten bij de ontwikkelingsbehoeften en -prioriteiten van de partnerlanden en moeten voldoen aan de beginselen van transparantie en verantwoordingsplicht, duurzaamheid, doeltreffendheid en resultaten, "geen schade berokkenen", eigen inbreng van het land en inclusief partnerschap.

Raadsconclusies mondiale aanpak O&I

Tijdens het Sloveense voorzitterschap heeft de Raad Onderzoek op 28/09/’21 de Raadsconclusies inzake mondiale aanpak voor O&I goedgekeurd.

De ministers benadrukten het belang van op regels gebaseerde multilaterale samenwerking en dialoog, zeker om grote maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Hierbij zijn openheid en internationale samenwerking met derde landen essentiële factoren.

De belangrijkste aspecten voor België

  • België (BE) steunt het feit dat de EU op regels gebaseerd multilateralisme zal bevorderen en zal streven naar wederzijdse openheid en gelijke spelregels in de samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie om mondiale antwoorden op mondiale uitdagingen en de uitwisseling van beste praktijken te vergemakkelijken. Zij moet haar doelstellingen van open strategische autonomie ondersteunen door parallel daaraan haar bilaterale samenwerking zodanig te moduleren dat deze verenigbaar is met de Europese belangen en waarden.
  • Wederkerigheid moet een van de voornaamste prioriteiten zijn in de conclusies van de Raad over internationale samenwerking. Wederkerigheid betekent het creëren van gelijke concurrentievoorwaarden voor zowel nationale als buitenlandse actoren door het toepassen van dezelfde randvoorwaarden, het bieden van dezelfde steun en het opleggen van vergelijkbare beperkingen. Dit kan gebeuren in verschillende onderzoekssituaties, zoals deelname aan financieringsprogramma's voor O&O, toegang tot onderzoeksinfrastructuur, mobiliteit van onderzoekers, toegang tot open gegevens, vergelijkbare onderzoeksethiek, enz.
  • Wat innovatie betreft, moet er gelijke toegang zijn tot de interne markten, moeten de voorschriften inzake intellectuele-eigendomsrechten worden nageleefd, enz. Daarnaast moet meer vooruitgang worden geboekt op het gebied van openheid bij overheidsopdrachten.
  • In het kader van de richtsnoeren inzake buitenlandse inmenging vragen wij om een evenwichtiger retoriek waarbij internationale samenwerking met bepaalde internationale actoren niet hoofdzakelijk als een bedreiging wordt gezien (cf. "dwingende, heimelijke, bedrieglijke of corrumperende buitenlandse actoren") met onevenredig veel aandacht voor de risico's, maar waarbij ook de wederzijdse voordelen van samenwerking worden benadrukt.
  • Voorzichtigheid is geboden bij het beperken van de deelname aan acties in het kader van het programma Horizon Europa op basis van het onlangs ingevoerde concept van "open strategische autonomie" en dit alleen in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen te doen. Transparantie en zekerheid zijn hier van cruciaal belang. BE heeft aangegeven dat het belangrijk is dat de paragrafen over strategische autonomie in lijn zijn met artikel 22(5) van de HEU-verordening.
  • BE is tevreden met de aandacht voor de rol van “science diplomacy” die in de Raadsconclusies wordt gegeven.
  • BE vindt het belangrijk dat de EU open blijft voor internationale samenwerking en staan achter een coherente ‘TEAM Europa’-aanpak.
  • Echter openheid is niet onvoorwaardelijk: Enerzijds moeten O&I activiteiten plaatsvinden in een context waarin universele waarden en principes gelden, wederkerigheid, vrijheid van O&I en het naleven van de IPR regels zijn belangrijk. Dit is het bottom-up verhaal waarin O&I-activiteiten tot stand komen binnen de algemene EU/universele principes en waarden. Anderzijds zijn we ook niet blind voor de opportuniteiten die internationale O&I-samenwerking biedt in functie van diplomatieke doeleinden, waarbij O&I (niet onafhankelijk) wordt ingezet voor andere doeleinden dan het vergroten van de kennisbasis. We concluderen met de boodschap dat indien sommige derde landen meer en meer hun O&I-beleid inzetten in functie van diplomatieke /politieke doeleinden de EU voor deze landen dan ook best haar internationale samenwerking op eenzelfde wijze invult. Waarbij we weliswaar duidelijk willen aangeven dat specifieke (pure) O&I-activiteiten gebonden blijven aan principes en waarden.
  • EU is geneigd samen te werken met gelijkgezinden, eerder dan met degene die verder van ons afstaan.  EU vertrekt van een waardensysteem, binnen dat kader vinden O&I-activiteiten plaats, terwijl bepaalde derde landen hun wetenschapsbeleid instrumentaliseren. Internationale samenwerking biedt de kans om onze EU waarden te promoten, vandaar dat de EU beter preferentieel samenwerkt met derde landen die dichter bij ons “systeem” staan.
  • BE vindt de associatieovereenkomsten een geschikt instrument, als het dus om gelijkgestemde kandidaat geassocieerde landen gaat. Landen met andere waarden/doelstellingen kunnen evt. eigen nationale financiële middelen inzetten voor hun deelname aan HEU.

Verdere vragen over het verloop van de conferentie?

Voor verdere vragen over het verloop van de conferentie kan contact opgenomen worden met Peter Spyns (contactgegevens in rechterkolom).

 
BijlageGrootte
marseille_declaration.pdf357.91 KB
Lees ook: 

Deel deze pagina

  • Vond u wat u zocht?

Contactgegevens

Peter Spyns

Afdeling Strategie en Coördinatie
Navorser
0495 25 61 90

Meer nieuws

  • Vlaanderen investeert 49 miljoen euro in internationale onderzoeksinfrastructuur

    Vlaanderen investeert 49 miljoen euro in internationale onderzoeksinfrastructuur

    1 december 2022

    Vlaams minister van Wetenschapsbeleid en Innovatie Jo Brouns investeert via het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) 49 miljoen euro in internationale onderzoeksinfrastructuur. Via dit programma wordt de Vlaamse deelname aan grootschalige, internationale faciliteiten gefinancierd.

  • Beslissingen Vlaamse Regering - Economie, Wetenschap en Innovatie (25 november 2022)

    Beslissingen Vlaamse Regering - Economie, Wetenschap en Innovatie (25 november 2022)

    28 november 2022

    O.a. wijzigingsbesluit kmo-portefeuille: invoering van thema’s en een kwaliteitskamer en convenant Flanders District of Creativity vzw 2023-2027.

  • Vlaamse Regering stelt paal en perk aan opleidingen over cryptomunten

    Vlaamse Regering stelt paal en perk aan opleidingen over cryptomunten

    25 november 2022

    De Vlaamse Regering heeft de hervorming van de kmo-portefeuille  definitief goedgekeurd. Het instrument wordt ten eerste inhoudelijk gerichter ingezet, door het toepassingsgebied te beperken tot een brede, maar limitatieve lijst toekomstgerichte thema’s. Ten tweede wordt een kwaliteitskamer ingericht om de controle op de conformiteit en de kwaliteit van de gesubsidieerde dienstverlening te versterken. De hervorming treedt in januari ’23 in werking.

  • Wij zoeken twee allround communicatiedeskundigen

    25 november 2022

    Wij zijn op zoek naar twee allround communicatiedeskundigen die de communicatieprojecten die op stapel staan n.a.v. het Belgisch Voorzitterschap van de Europese Unie mee tot een goed einde kunnen brengen. Solliciteren kan t.e.m. 6 december

  • 18,4 miljoen euro voor 22 Vlaamse circulaire projecten

    18,4 miljoen euro voor 22 Vlaamse circulaire projecten

    25 november 2022

    De Vlaamse regering geeft 18,4 miljoen euro steun aan 22 circulaire projecten. Die projecten richten zich onder meer op minder verbruik van grondstoffen, hergebruik van materialen of herbestemming van onderdelen.