Op 21 en 22 juni vergaderden op uitnodiging van het Zweeds EU-voorzitterschap de secretarissen-generaal onderzoek en innovatie van de 27 EU-lidstaten met de top van de Europese Commissie, DG Research & Innovation te Lund.
Formeel heet deze vergadering in het Engels de ERAC (European Research Area and Innovation Committee) en in het Nederlands het CEOR (Comité Europese Onderzoeksruimte en Innovatie).
Het CEOR kent een co-voorzitterschap steeds bestaande uit een EU-lidstaat en de Europese Commissie. Momenteel is dat de Oostenrijkse Barbara Weitgruber en de recent aangestelde DG R&I Marc Lemaître.
Het Departement EWI was vertegenwoordigd door secretaris-generaal Johan Hanssens en EWI-coördinator internationaal O&I-beleid Peter Spyns.
Op de agenda stonden volgende punten:
1 - Het voorzitterschap van de Europese Raad
- Een overzicht van de verwezenlijkingen van het huidige Zweedse voorzitterschap
- Een voorstelling van het programma van het Spaanse voorzitterschap dat start vanaf 1 juli
- Een vooruitblik op het voorlopige programma van ons Belgisch voorzitterschap (eerste helft van 2024)
2 - Een strategisch debat over hoe de verschillende acties van de ERA-beleidsagenda op nationaal niveau vorm gegeven worden (op maat, overkoepelende structuur, combinatie, …).
De belangrijkste hinderpaal bleek een gebrek aan medewerkers te zijn om alle ERA-acties en -activiteiten degelijk op te volgen en vorm te geven. In Vlaanderen proberen we dit op te lossen door ook de belanghebbenden te betrekken via het Europaplatform. In de toekomst zal Vlaanderen wellicht ook selectiever zijn in het aantal acties waaraan het deelneemt.
3 - Een beleidsdebat over internationale O&I-samenwerking in een geopolitieke wereld: de “Global Approach” twee jaar later. Twee punten werden uitgelicht:
- de aanpak rond een Europese wetenschapsdiplomatie en
- de onderhandelingen rond een vernieuwde O&I-samenwerking met China.
In beide gevallen werd de EOR gevraagd zich uit te spreken over de stappen die in de toekomst kunnen ondernomen worden. De Europese Commissie legde daarbij de nadruk op het gezamenlijk aan hetzelfde zeel trekken door de lidstaten en de Commissie (“team Europe” aanpak).
Vanuit Vlaanderen werd er een aantal concrete maatregelen en suggesties aangereikt die in de Belgische interventie opgenomen werden. Voor het thema over wetenschapsdiplomatie ging dit over het opzetten van toekomstverkenningen en pilootexperimenten. Rond de samenwerking met China had Vlaanderen een aantal praktische suggesties die ook het eigen Vlaamse kennisveiligheidsbeleid ten goede moeten komen.
4 - Een verslag door de Europese Commissie over het belang van O&O&I-maatregelen voor het herstel van Oekraïne
5 - het verslag van de ad hoc taskforce voor “aanbevelingen voor het volgende O&I-kaderprogramma”
6 - een gedachtewisseling over in de toekomst een Europese ecosysteem kan uitgebouwd worden omtrent wetenschappelijke beleidsondersteuning. De kern van de Belgische interventie was om het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar hetgeen nu al bestaat beter zichtbaar te maken en te connecteren.
7 - een discussie over zogenaamde “advanced materials” (zeldzame grondstoffen, technologische soevereiniteit, aanvoerketens) in het licht van de geopolitieke ontwikkelingen. Hier verwees de Belgische interventie naar een goede praktijk uit het ruimtevaartdomein, waar de noden en het aanbod op elkaar gemapt worden en op die basis een routeplan opgesteld wordt om aan de noden te voorzien.