Vlaamse Brede Heroverweging binnen het Beleidsdomein EWI: naar een integrale duurzame Vlaamse productiviteitsagenda

Filter items
Nieuws
11 oktober 2021

1. Situering van het project ‘Vlaamse Brede Heroverweging’

Op 4 december 2020 gaf de Vlaamse Regering via een Mededeling de aftrap van het regeringsbrede project Vlaamse Brede Overweging (VBH).

De opzet van het project werd als volgt geformuleerd:

“De Vlaamse Brede Heroverweging (VBH) beoogt een grondige doorlichting van de diverse uitgavenposten en waar relevant kostendekkingsgraden binnen de Vlaamse Begroting. Dit heeft tot doel om de kwaliteit van de publieke financiën te verbeteren op vlak van efficiëntie en effectiviteit.

Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor wetenschappelijk onderbouwde inzichten. Die inzichten kunnen bestaan uit reeds uitgevoerd onderzoek maar kunnen ook nieuw onderzoek vergen. Bovendien zal telkens ook medewerking vanuit de beleidsdomeinen vereist zijn.”

De scope van de oefening betrof alle beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid.

Figuur 1 Organogram van de Vlaamse overheid: 10 beleidsdomeinen

Binnen deze beleidsdomeinen waren in principe alle uitgaven voorwerp van de oefening, in totaal dus 56,5 miljard €.

Figuur 2 Overzicht van de vastleggingskredieten binnen de Vlaamse begroting per beleidsdomein bij begrotingsopmaak 2021 (in duizend euro): 56,5 miljard €.

Het project werd aangestuurd door een centrale VBH-stuurgroep onder voorzitterschap van professor Marion Debruyne en externe experten waaronder professor Wim Moesen, Ivan Van de Cloot en Adri Debrabandere en Peter Van den Berg.

Daarnaast diende elk beleidsdomein van de Vlaamse overheid een VBH-projectgroep samen te stellen, verantwoordelijk voor de doorlichting van de uitgaven binnen het beleidsdomein.

De VBH-projectgroep binnen het Beleidsdomein EWI werd voorgezeten door Johan Hanssens, secretaris-generaal van het Departement EWI en bestond o.a. uit de externe experten professor Reinhilde Veugelers (KU Leuven) en professor Gert Peersman (UGent), de leidend ambtenaren van het beleidsdomein EWI, de inspectie van financiën, een lid van VARIO en een vertegenwoordiger van het Departement Financiën en Begroting.

Medio september 2021 dienden de beleidsdomeinen hun rapporten op te leveren.

>> Zie toelichting door minister Diependaele en professor Debruyne op 5 oktober 2021  https://www.vlaamsparlement.be/nl/parlementair-werk/commissies/commissievergaderingen/1554264

2. Brede scope van de heroverweging binnen het Beleidsdomein EWI

De VBH-projectgroep binnen het beleidsdomein EWI heeft er voor geopteerd de scope van de VBH breed te definiëren. Meer dan 90% van de uitgaven binnen het Beleidsdomein EWI werden doorgelicht.

Het Beleidsdomein EWI kent vier beleidsvelden die in de begroting 2021 totaliseren[1] tot 2.083.708.000 € aan vastleggingskredieten. Daarvan is 1.910.000.000 € in heroverweging genomen (91%).

Het Beleidsdomein EWI zet inputs in (overheidsmiddelen en mensen) om via activiteiten (instrumenten en gesteunde instellingen) zo bepaalde outputs te realiseren die outcome en impact in de economie en de samenleving genereren.

Vertrekkende van de ‘minimale set aan vragen’ die in het VBH-traject dienden behandeld te worden conform de instructies in de mededeling aan de Vlaamse Regering en aangevuld met de Nederlandse beleidspraktijk van beleidsdoorlichtingen[2], ontwikkelde de EWI VBH-projectgroep een uniforme doorlichtingsfiche bestaande uit 15 vragen:

1. Omschrijf het beleidsinstrument/de instelling.

2. Welk overheidsbudget wordt ingezet? Is dit de afgelopen jaren gestegen, constant gebleven of gedaald? Hoeveel VTE’s worden vanuit de Vlaamse administratie ingezet ter ondersteuning van het instrument/instelling?

3. Welke concrete beleidsdoelstelling(en) dient het beleidsinstrument/de instelling? Is (zijn) deze beleidsdoelstelling(en) nog actueel?

4. Heeft het beleidsinstrument/de instelling in de afgelopen vijf jaar het voorwerp uit gemaakt van een interne en/of externe evaluatie?

5. Hoe beoordeelt U de doeltreffendheid (effectiviteit) van het beleidsinstrument/de instelling? Ziet U mogelijkheden om de doeltreffendheid te verhogen?

6. Hoe beoordeelt U de doelmatigheid (efficiëntie) van het beleidsinstrument/de instelling? Ziet U mogelijkheden om de doelmatigheid te verhogen?

7. Wat valt te leren uit een bestaande benchmarking van het beleidsinstrument/de instelling met het buitenland (bv. m.b.t. de grootte en soort van uitgaven)? Zijn er best practices bekend van andere overheden?

8. Wat valt te leren uit bestaand wetenschappelijk onderzoek in relatie tot het beleidsinstrument/de instelling en/of uit recente managementervaringen?

9. Bevoegdheidsverdelings- en decentralisatietoets?

10. Private sector/non-profit toets

11. Administratieve vereenvoudigingstoets

12. Systeemeffect/belang van het instrument/instelling binnen en/of buiten beleidsdomein?

13. Voldoet de bestaande periodiciteit en methodologie van evalueren?

14. De 15% besparingsvariant: wat zijn de beleidsopties en -effecten voor het geval er significant minder budget zou beschikbaar zijn? Welke parameters bepalen de grootte van de uitgaven en kunnen we sleutelen aan deze parameters? En wat is dan het effect? Wat zijn de beleidsmatige aandachtspunten? Hoe schat U de haalbaarheid in?

15. Andere opmerkingen/aandachtspunten?

Meer dan 50 instrumenten/instellingen binnen het Beleidsdomein EWI werden op die manier doorgelicht. De lezer vindt deze doorlichtingsfiches in bijlage bij het rapport.

3. Aanbevelingen van de VBH-projectgroep binnen het Beleidsdomein EWI: pleidooi voor een integrale duurzame Vlaamse productiviteitsagenda

3.1. Verbeteringen inzake governance: naar een integrale productiviteitsagenda

In het kader van verbetervoorstellen beklemtoont de EWI VBH-projectgroep het fundamentele belang van een gunstige productiviteitsontwikkeling voor de aanpak van vier grote uitdagingen waarvoor de Vlaamse economie en samenleving staat:

  1. opvangen van de kosten van de vergrijzing (gezien hun stijging met 5 procentpunt bbp tegen 2040);
  2. houdbaarheid van de Belgische (en Vlaamse) overheidsfinanciën (gezien een verwacht Belgisch schuldniveau van 124% bbp en een verwacht Belgische overheidstekort van 5,6% bbp in 2026);
  3. inclusieve groei (gezien de toenemende ongelijkheidsproblematiek);
  4. duurzame groei (gezien de klimaatuitdaging en de ambitie van klimaatneutraliteit 2050: productiever gebruik van schaarse hulpbronnen als materialen, energie en ruimte).

Voor de oplossing van alle vier de problemen dient de huidige ongunstige trend in de productiviteitsontwikkeling zo spoedig mogelijk gekeerd te worden.

Dat is vooral mogelijk door een beleidsagenda gefocust op de verhoging van de productiviteit.

Een dergelijke Vlaamse productiviteitsagenda werkt systematisch in op de determinanten die de productiviteit beïnvloeden en is beleidsdomeinoverschrijdend.

De Vlaamse overheid heeft beleidshefbomen die haar toelaten geïntegreerd in te spelen op de vijf beleidsdimensies van productiviteit:

  • de ‘menselijk kapitaal’- dimensie
  • de wetenschappelijk-technologische dimensie
  • de niét-technologische dimensie
  • de infrastructurele dimensie
  • de institutionele dimensie [3]

Een productiviteitsbevorderend beleid is derhalve per definitie een geïntegreerd en multi-level overheidsbeleid dat over beleidsdomeinen en bestuurlijke niveaus heen (Vlaams, federaal en Europees) gecoördineerd inspeelt op alle determinanten van productiviteitsgroei.

Alleen een dergelijk beleid zal zowel de creatie van nieuwe kennis en technologie – belangrijk om de grens van de technologische mogelijkheden te verleggen - als de diffusie van bestaande kennis en technologie doorheen de economie (zowel de markt- als niet-marktsectoren) en samenleving, evenals het (digitaal) absorptievermogen bevorderen en zo de afzwakkende trend van productiviteitsgroei ombuigen.

Dit wordt toegelicht in Deel 8 van het rapport.

Binnen het Beleidsdomein EWI  zelf, is er verbeterpotentieel in het nog beter verbinden van de actoren in de quadruple helix: Vlaamse overheid, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke actoren. En dit zeker in het licht van de grote maatschappelijke uitdagingen inzake klimaat, digitalisering, energie, gezondheid, … Die uitdagingen vragen op elkaar afgestemde onderzoeks- (wetenschappelijke wereld), innovatie (bedrijfswereld)- en beleidsagenda’s (politieke en maatschappelijke wereld).

In de internationale literatuur en beleidspraktijk (OESO, Europese Commissie) wordt daarbij het belang beklemtoond van systeem- en transitiedenken [4]. Daarbij is het aan te bevelen om in Vlaanderen het kennis- en innovatiesysteem in haar geheel verder in kaart te brengen, maar evenzeer te kijken naar de diverse sub-systemen die het Vlaams kennis- en innovatiesysteem schragen. Vele elementen van die complexe puzzel liggen al op tafel.

Vlaanderen beschikt over een excellente kennisbasis met top universiteiten en hogescholen, vier sterke strategische onderzoekscentra en diverse wetenschappelijke instellingen in de transitiedomeinen digitalisering (imec), levenswetenschappen en gezondheid (VIB, ITG, …), klimaat (VITO, Energyville), industrie 4.0 (Flanders Make),  landbouw (ILVO), blauwe economie (VLIZ), …

Langs de kant van de bedrijven zijn zeven speerpuntclusters actief in de domeinen duurzame chemie en kunststof (Catalisti), materialen (SIM), blauwe economie  (Blauwe Cluster), agro-voeding (Flanders’ FOOD) , logistiek (VIL) , energie (Flux50)  en  gezondheid (flanders.healthTech).

Vanuit de beleidskant zijn er: beleidsplannen  artificiële intelligentie en cybersecurity, het beleidsplan bio-economie, de Waterstofstrategie, het impulsprogramma Ruimtevaart, het Moonshotprogramma Vlaamse industrie koolstofcirculair en CO2-arm, Vlaanderen Circulair, Impulsprogramma Innovatie in Gezondheid en Zorg, het Vlaams Klimaat en Energieplan (VKEP), transitieprogramma Industrie 4.0, programma Slimme Regio Vlaanderen, internationaliseringsstrategie “Vlaanderen Versnelt! 2021-2025”, …

Het nog beter verbinden van de diverse complexe schakels in het Vlaams kennis-, innovatie- en beleidssysteem zal zowel de effectiviteit als de efficiëntie  van de  uitgaven verhogen en bijdragen tot de aanpak van  de grote economische en maatschappelijke uitdagingen. De overheid is hierbij niet alwetend en sturend, maar verbindend en faciliterend. 

In dat licht beveelt de EWI VBH-projectgroep  aan om binnen het Beleidsdomein EWI  een systemische analyse door te voeren vanuit het oogpunt van de samenhang en interactie tussen de actoren en instrumenten en instellingen binnen het beleidsdomein EWI. Dit zou kunnen gebeuren via een ‘spendingreview’  dan wel via meer systemische evaluatiebenaderingen die in de literatuur zijn beschreven en in de evaluatiepraktijk worden gehanteerd [5].

3.2. Verbeteringen inzake bevoegdheidsverdelingen

In de - in het kader van de VBH - uitbestede studie ‘Een evaluatie van directe en indirecte O&O-subsidies in Vlaanderen. Policy mix Vlaamse O&O-subsidies en federale fiscale O&O-stimuli’  formuleerden de academische onderzoekers onderstaande conclusie.

‘Het merendeel van de Vlaamse O&O-steun komt terecht bij kleine bedrijven (<50 werknemers). De federale fiscale voordelen daarentegen gaan hoofdzakelijk naar de grote bedrijven die ook vaak multinationals zijn.

De directe O&O-subsidies die de Vlaamse overheid toekent verhogen de totale O&O-uitgaven van ondernemingen (inputadditionaliteit). Dit effect blijft aanwezig, ook nadat er rekening wordt gehouden met federale fiscale (indirecte) steun. Dit effect wordt gedreven door de kleine ondernemingen (<50 werknemers). De impact in middelgrote (50-250 werknemers) en grote ondernemingen (>250 werknemers) is klein en statistisch niet verschillend van nul.

De Vlaamse O&O-subsidies zijn minder efficiënt naarmate ondernemingen meer indirecte steun ontvangen via federale belastingverminderingen (negatieve inputcomplementariteit). Bij een gemiddelde indirecte steun via fiscale federale voordelen van meer dan €460 000 tot €600 000, zal Vlaamse O&O-steun gemiddeld geen impact hebben op additionele O&O investeringen. Slechts een kleine fractie van de ondernemingen zitten boven deze drempel, het gaat hier om slechts één procent van de kleine ondernemingen.’

Deze conclusies maken momenteel het voorwerp uit van verdere reflectie.

3.3. Scenario’s met behoud van het huidige budgetniveau

De EWI VBH-projectgroep wenst hier onder de aandacht te brengen dat in een scenario met constant budget Vlaanderen in de zgn. ‘1% - bbp norm O&O-overheidsbudget’ tegen het einde van de legislatuur van een percentage van 0,88% bbp in 2021 wegglijdt naar 0,73% bbp in 2024.

Wil Vlaanderen daarentegen tegen het einde van de legislatuur de  ‘1% - bbp norm O&O-overheidsbudget’ halen dan dient het O&O-overheidsbudget vanuit de Vlaamse begroting te stijgen met 633 mio € ofwel jaarlijkse recurrente opstappen in 2022, 2023 en 2024 van telkens 211 miljoen €.

Bij de regeringsvorming werden voor de legislatuur 2019-2024 voor het Beleidsdomein EWI reeds volgende budgettaire opstappen voorzien.

Het betreft zowel recurrente opstappen als (eenmalige) investeringsmiddelen:

3.4. Scenario’s met een budgetverlaging van 15%

Conform de instructies in het kader van de VBH-oefening werd aan de beleidsdomeinen gevraagd een theoretische ‘wat als’-oefening te doen: ‘wat als’ het budget met 15% ingekort zou worden, wat zijn de opties en de effecten?

Een scenario waarbij de beleidskredieten van het Beleidsdomein EWI met 15% zouden ingekort worden, betekent budgettair het volgende:

Het beantwoorden van de vragen of en wanneer er binnen de Vlaamse begroting dient bespaard te worden, de grootteorde  van de besparing en binnen welke beleidsdomeinen en instrumenten/instellingen die besparing dient te gebeuren, is een politieke keuze en verantwoordelijkheid en geen ambtelijke en/of technocratische.

Indien besparingen binnen het Beleidsdomein EWI worden overwogen, dan schuift de projectgroep wel volgende principes naar voren.

Vrijwaar steeds effectieve en efficiënte uitgavenstromen die:

  • ‘evidence based’ een productiviteitsverhogend effect hebben;
  • zich situeren in de laagste Technology Readiness Level-niveaus (TRL-niveaus), aangezien die zonder overheidsoptreden niét plaats vinden wegens nog veel te ver van de markt maar op (lange) termijn wel economische en/of maatschappelijke impact genereren;
  • de hoogste additionaliteit hebben;
  • het innovatievermogen van kmo’s ten goede komen;
  • de diffusie van kennis en innovatie doorheen de economie en samenleving bevorderen;
  • bijdragen aan de ‘twin transition’ klimaatneutraliteit en digitalisering;
  • dankzij hun inzet bijkomende middelen (van Europa) genereren.

In Hoofdstuk 21 van het rapport worden theoretische scenario’s voor de VLAIO economische en innovatiesteun-instrumenten doorgerekend. In Hoofdstuk 22 betreft het theoretische scenario’s binnen de uitgavenstromen van het fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek onder verantwoordelijkheid van het Departement EWI.

3.4.1. Theoretisch 15%-scenario VLAIO economische en innovatiesteun-instrumenten

Besparingen op innovatiesteun en economische steun voor bedrijven leiden onvermijdelijk tot minder gesteunde projecten. Deze instrumenten zijn in hoofdzaak gericht op het stimuleren van onderzoek & ontwikkeling voor en door bedrijven, (groene) investeringen en het opleiden van ondernemers en werknemers.

Evaluaties van maatregelen in het verleden tonen aan dat het merendeel van de projecten zonder steun ofwel niet zouden doorgaan, ofwel beperkter in omvang of ambitie zouden zijn. (Evaluatie STS, Idea Consult 2020). Voor innovatiesteun werd aangetoond dat bedrijven die steun ontvangen ook effectief zelf meer investeren in O&O.

Besparen op steun voor bedrijven heeft dan ook een negatieve impact op de inzet van bedrijven op het vlak van innovatie, investeringen en kennisversterking en zal uiteindelijk ook een negatieve impact hebben op de productiviteit van bedrijven in Vlaanderen en de Vlaamse begroting langs inkomstenzijde.  

Indien er toch besparingen opgelegd zouden worden aan het economisch en innovatiebeleid gericht op ondernemingen, dan worden in het rapport een aantal principes geschetst die de leidraad zouden kunnen vormen voor besparingen. Geen van de voorgestelde scenario’s is zonder impact en er is altijd een bepaalde doelgroep van bedrijven (of kennisinstellingen) die sterk getroffen wordt door de voorgestelde besparingen (grote ondernemingen, niet O&O-intensieve ondernemingen,…). Op basis van het budgetjaar 2020 werd een uitgavenmassa van 606 mio € geïdentificeerd, waarvan 399 mio € steun voor O&O&I en 207 mio € economische steun.

Het rapport bevat een doorrekening van 5 mogelijke scenario’s van wat de besparing op de “reguliere” kredieten (dus zonder corona en relance) van  het Agentschap Innoveren & Ondernemen zou zijn als:

  1. VLAIO alleen nog steun zou geven aan kmo’s, en niet langer aan grote ondernemingen? (impact 229 mio € minder uitgaven)
  2. VLAIO alleen nog steun zou geven die meetelt voor de O&O-uitgaven van Vlaanderen? (impact 207 mio € minder uitgaven)
  3. VLAIO alleen nog steun zou geven die inspeelt op factoren die het groeipotentieel van de Vlaamse economie duurzaam verhogen? (impact 104 mio € minder uitgaven)
  4. VLAIO alleen nog steun zou geven aan ondernemingen, en niet langer (rechtstreeks) aan kennisinstellingen? (impact 105 mio € minder uitgaven)
  5. VLAIO alleen nog innovatiesteun zou geven aan kleine ondernemingen én aan projecten waarin er samenwerking is tussen meerdere ondernemingen? (impact 236 mio €)

Indien er moet bespaard worden, dient men bij voorkeur te kijken naar scenario’s 3 en 1.

3.4.2. Theoretisch 15%-scenario fundamenteel en toegepast onderzoek

Om vier redenen is het kennisgrensverleggend onderzoek, gedreven door de vorser, een noodzakelijke voorwaarde voor de welvaart en welzijn van een maatschappij:

  1.  als basis voor de vorming van onze toekomstige intelligentsia en kenniswerkers
  2.  als eerste cruciale schakel in de innovatieketen
  3.  als kennisverruiming die nodig is voor de grote maatschappelijke uitdagingen en
  4.  als bijdrage tot de culturele verheffing van een land of regio.

De grote uitgavenmassa’s binnen het fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek betreffen:

  • de toelage aan het FWO [7]
  • de toelage via de Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) aan de vijf Vlaamse universiteiten en de Industriële Onderzoeksfondsen (IOF) aan de Associaties
  • de financiering van de vier strategische onderzoekscentra (SOC’s): imec (nano- en digitale technologie), VIB (levenswetenschappen), VITO (cleantech) en Flanders Make (industrie 4.0).

Samen betreft het een uitgavenmassa van bijna een miljard € [8].

In een theoretisch ‘15%-scenario’, betekent dit 138 mio € minder uitgeven via deze instrumenten.

In de hypothese dat dit lineair geschiedt, geeft dit volgende besparingen per instrument:

Beslist men te besparen op fundamenteel en toegepast onderzoek, dan zal dat de reeds lage slaagpercentages voor mandaten en projecten binnen de kanalen van het FWO, BOF en IOF nog verder verlagen.

In het geval van besparingen op de eigen Vlaamse strategische onderzoekscentra zal dat de trend van aangehouden investeringen van de afgelopen decennia in imec, VIB, VITO en (de afgelopen jaren) in Flanders Make omkeren en de kansen om in te spelen op de digitale (imec), life sciences (VIB), clean tech (VITO) en industrie 4.0 transities hypothekeren.

Indien er moet bespaard worden, dienen bij voorkeur de mandatenkanalen bij FWO/BOF/IOF gevrijwaard worden van besparingen. Blijvend inzetten op het opleiden van beloftevol talent is een noodzakelijke voorwaarde voor de uitbouw van Vlaanderen als innovatieve kennisregio. Daarbij dient voor ogen gehouden dat doctorandi na hun opleiding doorstromen naar posities in de economie en samenleving en zo bijdragen tot zowel het verleggen van de grens van de technologische mogelijkheden in Vlaanderen als tot het verhogen van de absorptiecapaciteit van elders ontwikkelde kennis.

Indien er om budgettaire redenen harde keuzes moeten gemaakt worden, kan gekeken worden naar de projectportfolio van het FWO/BOF/IOF, waarbij bijvoorbeeld de financiering van het EoS-programma (meerjarig 69 mio €) in overweging kan genomen worden voor een mogelijke reductie, waarbij het reguliere programma van de FWO-onderzoeksprojecten Fundamenteel Onderzoek, de gap zou kunnen opvangen die hierdoor gecreëerd wordt.

3.5. Voorstellen voor diepgaandere analyses/prioritaire heroverwegingen  (spending reviews) voor de rest van deze legislatuur

Gegeven de beleidspraktijk binnen het Beleidsdomein EWI van periodieke evaluaties van de belangrijkste instrumenten en gesteunde instellingen, beveelt de EWI VBH-projectgroep geen diepgaande spending review aan van een welbepaald instrument en/of instelling binnen het Beleidsdomein EWI.

Wel ziet de projectgroep een grote meerwaarde in een meer systemische spendingreview op het niveau van de Vlaamse begroting in haar geheel, dus over de muurtjes van de tien beleidsdomeinen heen.

Zo’n spending review moet toelaten de uitgavenstromen binnen de Vlaamse begroting te identificeren die positief bijdragen aan de  ‘Vlaamse productiviteitsagenda’ en zo het duurzame langetermijngroeipotentieel van de Vlaamse economie vergroten en bijdragen aan de klimaatneutraliteit in 2050.

De EWI VBH-projectgroep schuift als hypothese naar voren dat zo een systemische spending review zal aantonen dat uitgaven voor innovatie, wetenschappelijk onderzoek en economie niet zozeer een kostenpost voor de begroting vormen, maar ook inkomstenverhogend werken via gunstige hefboomeffecten op de macro-economische productiviteit en groei. Bovendien zijn die hefboomeffecten typisch afhankelijk van de interactie met andere beleidsdomeinen zoals onderwijs (human capital), arbeidsmarkt, investeringen in infrastructuur en overheidsregulering zoals vergunning – en competitiebeleid, alsook van de onderlinge interactie van de beleidsinstrumenten binnen het Beleidsdomein EWI. Omgekeerd is de effectiviteit en efficiëntie van de uitgaven in andere beleidsdomeinen vaak ook afhankelijk van maatregelen binnen het domein EWI. Het is belangrijk om die interactie-effecten in kaart te brengen, te evalueren en te positieve interactie-effecten te maximaliseren en de negatieve weg te werken.

Conform de wetenschappelijke methode – zo kenmerkend voor het Beleidsdomein EWI – wenst de EWI VBH-projectgroep deze hypothese zo snel mogelijk getoetst via een systemische spendingreview.

4. De opgeleverde rapporten in het kader van de Vlaamse Brede Heroverweging.

In het kader van de transparantie worden alle rapporten van alle beleidsdomeinen ontsloten op een publieke website van het Departement Financiën en Begroting.

U vindt hierbij de link: https://fin.vlaanderen.be/de-vlaamse-brede-heroverweging-vbh/

Het betreft zowel de rapporten van de beleidsdomeinen als de ‘VBH leerlessen en aanbevelingen’ van de centrale VBH-stuurgroep onder voorzitterschap van prof. Marion Debruyne.

Het beleidsdomein EWI leverde volgende rapporten op (deze zijn onderaan deze pagina als pdf te downloaden):

  • VBH Beleidsdomein EWI. Eindrapport: de weg naar een integrale duurzame Vlaamse productiviteitsagenda. Het rapport bevat 8 delen:
    • Deel 1: situering van de uitgavenstromen binnen het Beleidsdomein EWI
    • Deel 2: methodologisch kader van monitoring & evaluatie van de Vlaamse Brede Heroverweging binnen het Beleidsdomein EWI
    • Deel 3: concrete beleidsdoorlichting van 51 beleidsinstrumenten/instellingen binnen het Beleidsdomein EWI a.h.v. 15 uniforme doorlichtingsvragen
    • Deel 4: Horizontale thema’s: retributies en kostendekkingsgraden, digitalisering, nut rechtspersoonlijkheid, administratieve vereenvoudiging, bevoegdheidsverdeling en participaties
    • Deel 5: Vier behandelde onderzoeksvragen
    • Deel 6: Omgevingsanalyse, benchmarking en toekomstige uitdagingen binnen het Vlaams O&O&I-landschap
    • Deel 7: Heroverwegingsopties binnen het Beleidsdomein EWI en besparingsvarianten 15%
    • Deel 8: Systemische benadering van de Vlaamse Brede Heroverweging i.f.v. productiviteitsverhoging en voorstel tot spending review
  • VBH Beleidsdomein EWI. Managementsamenvatting
  • VBH Beleidsdomein EWI. Doorlichtingsfiches
 

[1] Naast de vier beleidsvelden zijn er voor 40.425 keuro apparaatskredieten en voor 32.392 keuro provisies.

[2] Zie Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek in Nederland en Handreiking Beleidsdoorlichtingen: https://rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties/evaluaties-en-beleidsdoorlichtingen/handreiking

[3] Het regelgevend kader waarbinnen wetenschappelijke, innovatieve en economische activiteiten plaats vinden, kortom “de spelregels van de maatschappij.” Voor het belang van de institutionele dimensie zie MOENSEN W. (2004), Instelling, ligging en economische welvaart. Leuvense Economische Standpunten 2004/103.

[4] Waarbij benadrukt wordt dat de grote uitdagingen inzake klimaat, energie, voedsel, mobiliteit, ongelijkheid, vergrijzing, biodiversiteit, … allemaal systemische uitdagingen zijn waarvan de oplossing niet kan komen van één actor in de samenleving. Evenmin van één wetenschappelijke discipline maar enkel vanuit een inter- en transdisciplinaire aanpak waar naast technologische aspecten eveneens economische, juridische en sociaal-culturele perspectieven belangrijk zijn. 

[5] Zie bijvoorbeeld ‘Onderzoeks- en innovatie-ecosystemen in Nederland. Achtergrondstudie bij de kabinetsstrategie’, Dialogic, 19 oktober 2020 en/of de methodiek van het ‘Full Regional Innovation System’ ontwikkeld door de UHasselt en toepast in de evaluaties van IMEC en VIB in 2021 door IDEA Consult.

[6] Zowel de personeelskosten als de werkingskosten – samen de apparaatskosten – binnen de beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid zijn al verschillende legislaturen onderworpen aan een specifiek apart streng besparingstraject en normeringskader. Ze zijn daarom geen voorwerp van de Vlaams Brede Heroverweging.

[7] Gegeven de jaarlijkse schommelingen in het FWO-budget ingevolge periodieke meerjarige oproepen nemen we de gemiddelde toelage aan het FWO van de afgelopen 5 jaar.

[8] Daarnaast worden nog andere kennisinstellingen gesteund, maar afgezien van het Agentschap Plantentuin Meise (17,6 mio €) betreft het ‘kleinere’ budgettaire massa’s. Zie tabel onder 2.1.

Deel deze pagina

  • Vond u wat u zocht?

Contactgegevens

Johan Hanssens

Staf
Secretaris-generaal
02 553 55 99

Meer nieuws

  • Beslissingen Vlaamse Regering - Economie, Wetenschap en Innovatie (15 oktober 2020)

    15 oktober 2021

    O.a.

  • EU-nieuws deze week | 11 - 15 oktober 2021

    15 oktober 2021

    Onder de titel ‘EU-nieuws’ verzamelt het departement EWI voor u relevante items over economie, wetenschap en innovatie uit de EU-nieuwsstroom van de afgelopen week: EU Publicatieblad, de persberichten van de Europese Commissie, nieuw gepubliceerde initiatieven enz.

  • Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie (14 oktober 2021)

    14 oktober 2021

    O.a. voorbereiden van jonge onderzoekers op de arbeidsmarkt, klimaatneutraliteit van de Vlaamse industrie, Sustainable Development Goals en STEM-agenda 2030.

  • EU-nieuws deze week | 4 - 8 oktober 2021

    8 oktober 2021

    Onder de titel ‘EU-nieuws’ verzamelt het departement EWI voor u relevante items over economie, wetenschap en innovatie uit de EU-nieuwsstroom van de afgelopen week: EU Publicatieblad, de persberichten van de Europese Commissie, nieuw gepubliceerde initiatieven enz.

  • Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie ( 8 oktober 2021)

    7 oktober 2021

    O.a. wokecultuur en de impact op het academisch onderzoek, werkagenda's en digibanken voor de circulaire economie en Limburgse grensregio als kandidaat om de Einstein Telescoop te huisvesten.