Onderzoeksinfrastructuur en Versterking onderzoeksveld en versnelling O&O

Filter items

Vanuit het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) wordt iets meer dan 154 miljoen euro ingezet voor nieuwe infrastructuur voor Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (O&O&I) en de verdere versterking van het onderzoeksveld en versnelling van O&O in Vlaanderen. Het gaat om in totaal 27 projecten van de 5 Vlaamse universiteiten, de 4 Vlaamse Strategische Onderzoekscentra (SOC’s) en de kennisinstellingen ILVO, Instituut Tropische Geneeskunde en Biobase Europe Pilot Plant (BBEPP). Verder ontvangt het FWO - Vlaanderen uit deze enveloppe bijkomende financiering in het kader van de oproep Zware Onderzoeksinfrastructuur. Deze investering moet Vlaanderen versterken als innovatieve regio en past binnen het relanceplan Vlaamse Veerkracht, met focus op duurzaamheid, digitalisering en gezondheid.

(Volledig persbericht en nota's Vlaamse Regering onderaan deze pagina te downloaden)

A. Europese middelen ten voordele van Vlaanderen

De investeringsimpuls van 154 miljoen € in nieuwe O&O&I-infrastructuur en de versterking van het onderzoeksveld en versnelling van O&O kadert in het relanceplan Vlaamse Veerkracht.

Dat Vlaamse relanceplan situeert zich op haar beurt binnen het Europese herstelbeleid waarbinnen de Faciliteit voor Herstel en Veerkracht (FHV) een sleutelrol speelt.

De FHV zal financiële steun bieden aan de EU-lidstaten voor investeringen en hervormingen, onder meer met betrekking tot de groene en digitale transities en de verduurzaming en veerkracht van de nationale economieën, en dit ten belope van 672,5 miljard euro waarvan - naast leningen - voor 312,5 miljard € aan subsidies voor de 27 EU-lidstaten.

Binnen het onderdeel subsidies krijgt België 5,925 miljard €. Op het overlegcomité van 12 januari 2021 werd een akkoord bereikt over de verdeling van de 5,925 miljard € dewelke aan België is toegewezen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (FHV). Vlaanderen kan aanspraak maken op 2,255 miljard €.

De Vlaamse Regering heeft op 30 april 2021 haar goedkeuring gegeven aan de Vlaamse inbreng in het Nationaal Plan voor Herstel en Veerkracht.

De investeringsimpuls voor nieuwe O&O&I-infrastructuur en de versterking van het onderzoeksveld en versnelling van O&O ten belope van 154 miljoen € slaat op twee projecten binnen de Vlaamse inbreng, met name twee van de 55 Vlaamse investeringsprojecten opgenomen in het Nationaal Plan voor Herstel en Veerkracht, meer concreet project VV021 ‘Onderzoeksinfrastructuur (bij Strategische Onderzoekscentra (SOC’s), speerpuntclusters, Vlaamse onderzoeksinstellingen en hoger onderwijs)’ en project VV023 ‘Versterking onderzoeksveld en versnelling O&O’, binnen het Nationaal Plan voor Herstel en Veerkracht opgenomen onder code I.5.11.

B. 27 projecten gesteund

Op 9 juli 2021 hechtte de Vlaamse Regering haar goedkeuring aan 23 projecten: 14 projecten binnen het Vlaamse Veerkracht project VV021 en 9 projecten binnen het Vlaamse Veerkracht project VV023.

Verder hechtte de Vlaamse Regering op 10 december 2021 en op 17 december 2021 haar goedkeuring aan resp. de projecten ‘Testing & Experimentation Facility (TEF) Hardware for Edge AI (TEFHW4AI) Vlaanderen’ en ‘SolidLab Vlaanderen’ binnen het Vlaamse Veerkracht project VV023.

En binnen het Vlaamse Veerkracht project VV023 zitten nog twee projecten (We Are van VITO en bijkomende financiering voor de FWO-oproep voor Zware Onderzoeksinfrastructuur) in de pijplijn. Deze projecten zullen in de loop van 2022 nog ter goedkeuring aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd.

Binnen het Vlaamse Veerkracht project VV021 worden de onderstaande 14 projecten ten belope van 101,14 miljoen € gesteund:

En binnen het Vlaamse Veerkracht project VV023 betreft het onderstaande 13 projecten t.b.v. 52,94 miljoen €:

C. Van ‘lab’ naar ‘fab’ - strategie

Het Vlaamse O&O&I-systeem behoort in internationaal vergelijkend perspectief tot de meest performante systemen binnen de ontwikkelde economieën.

Dat geldt zeker voor wat het aspect kennisproductie betreft (fundamenteel, strategisch basis- en toegepast onderzoek), waarbij de activiteiten van onze universiteiten en hogescholen, onze Strategische Onderzoekscentra (SOC’s) en onze talrijke Vlaamse wetenschappelijke instellingen en onderzoekscentra internationaal steevast hoge toppen scheren.

Waar er binnen het Vlaamse O&O&I-systeem evenwel verbeterpotentieel bestaat, is in de vertaalslag van die excellente kennisproductie naar de kennistoepassing in de economie en de maatschappij.

Die vaststelling wordt ook gemaakt door de Europese Commissie in haar landverslag België 2020.

Met de voorliggende investeringsimpuls ten belope van 154 miljoen € wenst het Vlaamse beleid dan ook specifiek in te spelen op de nood aan meer overheidsinvesteringen én op de nood aan een grotere O&O&I-efficiëntie, door de middelen te concentreren op O&O&I-investeringsprojecten die de vertaalslag kunnen maken van kennisproductie naar kennistoepassing en -valorisatie binnen de economie en de maatschappij.

In het klassieke Technology Readiness schema worden de investeringen in de Vlaamse O&O&I-keten via de Vlaamse Veerkracht projecten VV021 en VV023 vooral geconcentreerd in het hogere TRL niveau richting ‘development’ en ‘demonstration’:

 

De bovenvermelde projecten werden strategisch geselecteerd:

1 - De projecten passen binnen de algemene beleidslijn van de Vlaamse Regering om in te zetten op de drie globale maatschappelijke én economische uitdagingen:

  • verduurzaming,
  • digitalisering, en
  • versterking van het gezondheidsstelsel.

2 - De projecten kaderen binnen en versterken de specifieke O&O&I-beleidsplannen die de Vlaamse Regering ondersteunt:

  • verduurzaming: Vlaams Klimaat- en Energieplan 2021-2030, de Moonschot Vlaanderen CO2-arm, Vlaanderen Circulair, Vlaams beleidsplan bio-economie en de Vlaamse Waterstofvisie ‘Europese koploper via duurzame innovatie’;
  • digitalisering: Vlaamse beleidsplannen artificiële intelligentie en cybersecurity;
  • versterking van het gezondheidsstelsel: de ‘Visienota Vlaanderen sterk in onderzoek en innovatie in zorg en gezondheid’.

3 - De projecten dragen bij tot drie toekomstgerichte transformatieve doorbraken zoals aanbevolen door het Economisch adviescomité in haar rapport ”Vlaanderen: welvarender, weerbaarder en wervender” van juli 2020:

  • Duurzaam Vlaanderen,
  • Digitaal Vlaanderen, en
  • Zorgzaam Vlaanderen.

Dit luidt als volgt in het expertenrapport:

‘Vlaanderen moet inzetten op een beperkt aantal transversale en toekomstgerichte investeringen in drie doorbraakthema’s, gekoppeld aan belangrijke maatschappelijke en economische transities: digitaal Vlaanderen, duurzaam Vlaanderen en zorgzaam Vlaanderen. Hierbij worden projecten beoogd, generiek, voor bestaande bedrijven met transversale kruisbestuiving door alle sectoren heen, en specifiek, via speerpunt ecosystemen die instaan voor Vlaamse economische ontwikkeling die zich kan meten met de meest performante regio’s ter wereld. Een transformatief innovatiemodel in digitalisering, duurzaamheid en zorg moet Vlaanderen een top-vijf positie doen verwerven tussen de meest toonaangevende innovatieve regio’s en landen van de Europese Unie.’

4 - De projecten zijn volledig in lijn met de Europese beleidskaders:

  • verduurzaming: Green Deal, Circular Economy Action Plan, Duurzame bio-economie voor Europa, …;
  • digitalisering: ‘Europa’s digital decennium’, …;
  • versterking gezondheidsstelsel: de Europese Gezondheidsunie, met o.a. de farmaceutische strategie voor Europa, …

5 - De projecten versterken substantieel de O&O&I-roadmaps van de Vlaamse onderzoeksactoren die binnen het technologie-domein van de geselecteerde projecten tot de academische (wereld)top behoren:

  • verduurzaming: Bio Base Europe Pilot Plant (BBEPP) te Gent (industriële biotechnologie), het Strategisch Onderzoekscentrum VIB (levenswetenschappen), de Vlaamse Wetenschappelijke Instelling ILVO (landbouw, visserij- en voedingsonderzoek) en de KU Leuven (Centrum voor Duurzame Processen en Katalyse, KU Leuven Transfarm en Departement Burgerlijke Bouwkunde) en UHasselt (Instituut voor Materiaalonderzoek);
  • digitalisering: de Strategische Onderzoekscentra imec (nano- en digitale technologie), Flanders Make (industrie 4.0) en het VUB-onderzoekscentrum Brussels Photonics (B-PHOT) (fotonica);
  • versterking van het gezondheidsstelsel: KU Leuven (Laboratorium van Virale Celbiologie en Therapeutica, UZ Leuven), UAntwerpen (UZA, Vaccinopolis), UGent (CESPE als clustering van 14 onderzoeksgroepen) , VIB (levenswetenschappen), ITG (tropische ziekten) en UHasselt (Limburg Clinical Research Center).

6 - De projecten zijn ingebed in een bestaand breder Vlaams ecosysteem dat eveneens Europees genetwerkt is, waardoor de O&O&I-infrastructuurinvestering steeds 1) een cluster van kennisinstellingen, bedrijven en/of maatschappelijke actoren in Vlaanderen ten goede komt, evenals 2) de attractiviteit voor buitenlandse samenwerkingen en/of investeringen verhoogt:

  • verduurzaming: BBEPP (ecosysteem industriële biotechnologie), het Strategisch Onderzoekscentrum VIB (ecosysteem biotechnologie), KU Leuven (ecosysteem klimaatneutraal bouwen) en UHasselt (ecosysteem EnergyVille);
  • digitalisering: de Strategische Onderzoekscentra imec (ecosysteem nano- en digitale technologie) en Flanders Make (ecosysteem industrie 4.0) en VUB B-PHOT Photonics (ecosysteem fotonica);
  • versterking van het gezondheidsstelsel: ecosysteem gezondheid rond de universiteiten (en universitaire ziekenhuizen) van KU Leuven, UAntwerpen, UGent en UHasselt.

7 - De projecten beogen steeds de zgn. ‘Valley of Death’ te overbruggen: de bijzonder risicovolle en kapitaal-, apparatuur-, tijds- en kennisintensieve fase tussen enerzijds laboschaalontwikkeling en anderzijds vermarkting binnen de economie en/of toepassingen in de maatschappij. In een expertenrapport uit 2015 visualiseerde de Europese Commissie de brug van ‘knowledge’ naar ‘market’ als volgt[1]:

Hierbij wordt het overbruggen van de Valley of Death afgebeeld met een drietal steunpilaren:

  • Technological Research: de actoren hier zijn de kennisinstellingen die onderzoeksinfrastructuur gebruiken om wetenschap te vertalen naar technologie;
  • Product Development: betreft industriële consortia, die pre-competitief prototypes van producten en productielijnen ontwikkelen;
  • Competitive Manufacturing: verschillende producenten die concurreren om de markt te bedienen, waarbij het doel is om een wereldspeler te zijn of te worden.

Binnen de Algemene Groepvrijstellingsverordening (AGVV) is het toegelaten om steun te verlenen om de ‘vallei des doods’ te overbruggen.

Dergelijk type steun valt onder ‘experimentele ontwikkeling’ en wordt als volgt omschreven:

‘het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten. Dit kan ook activiteiten omvatten die gericht zijn op de conceptuele formulering, de planning en documentering van alternatieve producten, procedés of diensten. Experimentele ontwikkeling kan prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en validatie omvatten van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, met als hoofddoel verdere technische verbeteringen aan te brengen aan producten, procedés of diensten die niet grotendeels vast staan. Dit kan de ontwikkeling omvatten van een commercieel bruikbaar prototype of pilot die noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en die te duur is om te produceren alleen met het oog op het gebruik voor demonstratie- en validatiedoeleinden. Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden’.

8 - De projecten versterken het lang termijn groeipotentieel van de Vlaamse economie door hun positieve inwerking op de productiviteitsontwikkeling.

De geselecteerde projecten werken productiviteitsverhogend omdat ze leiden tot een toename van de kapitaalvoorraad van de overheid en van de O&O-voorraad in Vlaanderen. Dit zijn twee effecten die een positieve invloed hebben op de rendabiliteit van de kapitaalvoorraad van de privésector, waardoor de accumulatie ervan wordt bevorderd. 

9 - De projecten voldoen tenslotte aan een aantal technische vereisten o.a. opgenomen in de Verordening tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit zoals op 18 februari 2021 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie:

  • voldoen aan het ‘Do Not Significant Harm (DNSH)’-principe;
  • gebruik maken van een kostenmodel, gebaseerd op het EFRO-kostenmodel en aangepast aan de eigenschappen van het FHV, waardoor onder meer in de regel enkel CAPEX wordt gefinancierd, uitzonderlijk OPEX. Tevens wordt cofinanciering gevraagd;
  • respecteren van de staatssteun regels, te controleren aan de hand van de EFRO-richtlijnen;
  • uitgevoerd worden tussen februari 2020 en 31 augustus 2026.

D. Grondige uitwerking van 27 dossiers

Voor elk project dienden volgende dossierstukken opgeleverd te worden:

  • Aanvraagformulier met gedetailleerde informatie over:
    • Algemene projectomschrijving
    • Projectdoelstellingen
    • Omschrijving van de werkpakketten
    • Mijlpalen en output
    • Procedures en governance van het project
  • Financieel plan en kostendetaillering
  • ‘Do Not Significant Harm’ evaluatieformulier
  • Staatssteun assessment

Een samenvatting van de projecten is terug te vinden in de nota gericht aan de Vlaamse regering – zie de pdf's onderaan deze pagina.

De voortgang van de projecten kan opgevolgd worden via de regelmatige rapportering die voorgelegd wordt aan de Vlaamse Regering. Die rapportering kan hier teruggevonden worden

E. Beslissingen van de Vlaamse Regering

Op basis van de uitgewerkte investeringsdossiers heeft de Vlaamse Regering beslist tot steuntoekenning. Details over de dossiers vindt de geïnteresseerde lezer in de bijgevoegde nota’s aan de Vlaamse Regering.

F. Hulpmiddelen bij projectuitvoering 

Hieronder vindt u enkele nuttige documenten die u kunnen helpen bij de financieel/administratieve uitvoering van uw project.

[1] High Level Expert Group on Key Enabling Technologies, KET’s: Time to act, Final Report June 2015.

 

Deel deze pagina

  • Vond u wat u zocht?
X
Blijf op de hoogte van al ons nieuws en onze activiteiten en schrijf u in op onze nieuwsbrief.
CAPTCHA
Deze vraag is om te testen of u een echte bezoeker bent en om spam tegen te gaan.

Contactgegevens

Erwin Dewallef

Afdeling Strategie en Coördinatie
Adviseur
0472 72 40 48